Practicumorganisatie

Practicumhandleiding

De practicumhandleiding bij elk van de experimenten heeft steeds dezelfde opbouw: inleiding, meetopstelling, onderzoeksvragen en werkplan, meetmethode, experimenteel onderzoek, theorie en rapportage. Het karakter van deze onderdelen staat beschreven in het algemene deel van de handleiding. Naast de handleiding bij elk van de experimenten staan op het leerlingendeel van deze practicumwebsite foto’s van de proefopstellingen, waar nodig aangevuld met instructies voor het omgaan met de meetinstrumenten en de computerprogramma’s voor meten en verwerken. Bij enkele experimenten is ook nog achtergrondinformatie beschikbaar.

Voorbereiding en uitvoering

De eerste drie onderdelen van de practicumhandleiding bij een proefopstelling – inleiding, meetopstelling en onderzoeksvragen en werkplan – hebben een vrij gesloten karakter in verband met de gegeven meetopstelling. Aan deze drie onderdelen werkt de leerling op school/thuis als voorbereiding. De volgende twee onderdelen – meetmethode en experimenteel onderzoek – hebben een meer open karakter. Deze onderdelen worden uitgevoerd in de practicumzalen van het Minnaertgebouw. Deze uitvoering vraagt ruwweg – afhankelijk van de experimenteervaardigheid en de mate van voorbereiding van de leerlingen – een dagdeel. De afsluiting in de vorm van de beide laatste onderdelen – theorie en rapportage – gebeurt weer op school/thuis.

De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de leerlingen bij de voorbereiding, uitvoering en afsluiting van het onderzoek en voor de beoordeling ligt bij u als natuurkundedocent en/of TOA. Tijdens de uitvoering van het practicum als praktische opdracht voor groepen leerlingen is wel een student-assistent aanwezig als aanspreekpunt voor de leerlingen bij vragen over het experiment en bij eventuele technische problemen met het functioneren van proefopstellingen. Bij de uitvoering van een experiment als onderdeel van het profielwerkstuk krijgt een leerling alleen een korte introductie van de meetopstelling. De leerling voert daarna het experiment zonder verdere begeleiding volledig zelfstandig uit, geleid door de door hem- of haarzelf al dan niet in overleg met de eigen docent opgestelde onderzoeksvragen.