Luchtweerstand

Een bewegend voertuig zoals een fiets, auto of vliegtuig ondervindt bijna altijd luchtweerstand. Bij het bewegen stroomt de lucht langs het voertuig. Het voertuig botst als het ware voortdurend tegen de lucht aan. Op het voertuig wordt dan een luchtwrijvingskracht uitgeoefend die de beweging tegenwerkt. Hoe groter deze luchtwrijvingskracht is, des te groter is het brandstofverbruik van het voertuig. Of - in het geval van fietsen - des te meer moeite je zelf moet doen om in beweging te blijven. Het is dus van belang om de luchtwrijvingskracht op een voertuig zo klein mogelijk te maken.

Je onderzoekt hoe de luchtwrijvingskracht afhangt van de eigenschappen van het voertuig. Je voert dat onderzoek uit met modelvoertuigen in een windtunnel. Ten slotte controleer je de resultaten van het experimenteel onderzoek met behulp van de theorie over stromingsverschijnselen en bepaal je de luchtwrijvingscoefficient (of: de cw-waarde) van de gebruikte voertuigen. Je kunt daarnaast ook de cw-waarde van een paar 'standaardvormen' (een vlakke plaat, een blok en een bol) bepalen en vergelijken met de literatuurwaarde.

Voorkennis

Voor het uitvoeren van dit experiment is de volgende voorkennis nodig: krachtenevenwicht, netto-kracht, luchtwrijvingskracht en snelheid.

Bestanden

Practicumhandleiding
Meetopstelling