Inductiespanning

Een magneet die naar een spoel toe of van een spoel af beweegt, veroorzaakt een spanning over de uiteinden van de spoel: de inductiespanning. Zo'n inductiespanning ontstaat ook door de magneet bij de spoel te laten ronddraaien, zoals in een (fiets)dynamo. Of door de magneet te vervangen door een spoel aangesloten op een wisselspanningsbron, zoals bij een transformator. De inductiespanning over een spoel wordt veroorzaakt door een verandering van de magnetische flux binnen de spoel. Volgens de inductiewet van Faraday is deze inductiespanning recht evenredig met het veranderingstempo van de magnetische flux binnen de spoel.

Je controleert de inductiewet van Faraday in een experimenteel onderzoek. Je voert dat onderzoek uit met een meetopstelling die bestaat uit een spoel (de inductiespoel) in het veranderende magnetisch veld van een tweede spoel (de veldspoel). Ten slotte bepaal je uit de meetresultaten de evenredigheidsconstante in de inductiewet van Faraday, en ga je na of deze in overeenstemming is met de theorie over elektromagnetisme en elektromagnetische inductie.

Daarnaast kun je met de inductiewet van Faraday en een tweede meetopstelling die bestaat uit een roterende (inductie)spoel de sterkte en richting van het aardmagnetisch veld meten.

Voorkennis

Voor het uitvoeren van dit experiment is de volgende voorkennis nodig: elektromagnetisme, elektromagnetische inductie, magnetische veldsterkte (B), magnetische flux (Φ = B·A·cos α), inductiespanning (Uind = N·ΔΦt), frequentie en trillingstijd (f = 1/T).

Bestanden

Practicumhandleiding
Meetopstelling
Achtergrondinformatie