Waterweerstand

Een bewegend vaartuig ondervindt altijd weerstand van het langsstromende water: het water oefent een wrijvingskracht uit op de scheepswand. Hoe groter deze wrijvingskracht is, des te groter is de stuwkracht die nodig is om het schip met een bepaalde snelheid te laten varen. Of des te kleiner is de vaarsnelheid bij een bepaalde stuwkracht. Bij het ontwerpen van schepen is dus kennis nodig over de eigenschappen van de wrijvingskracht die het water op het schip uitoefent.

Je onderzoekt hoe de waterwrijvingskracht afhangt van de eigenschappen van het vaartuig. Je voert dat onderzoek uit met modelvaartuigen in een sleeptank. Ten slotte controleer je de resultaten van het experimenteel onderzoek met behulp van de theorie over stromingsverschijnselen. En aanvullend binnen het NT profiel: je kunt de beweging van de gebruikte vaartuigen modelleren op de computer.

Voorkennis

Voor het uitvoeren van dit experiment is de volgende voorkennis nodig: krachtenevenwicht, netto-kracht (of: resultante), versnelde beweging, eenparige beweging en snelheid (v = Δst).

Bestanden

Practicumhandleiding
Meetopstelling
Achtergrondinformatie