Lichtsnelheid

De voortplantingsnelheid van elektromagnetische golven (of: de lichtsnelheid) in vacuum en lucht is ruwweg 3 ∑ 108 m/s. Maar in een ander medium (zoals water, glas of perspex) is deze lichtsnelheid altijd kleiner. Dat verschil in lichtsnelheid tussen vacuŁm of lucht en een ander (doorzichtig) medium veroorzaakt het verschijnsel breking. Dit verschijnsel is onder andere van belang bij het transport van elektromagnetische signalen, bijvoorbeeld bij telecommunicatiezenders en glasvezelkabels.

Je meet de lichtsnelheid in lucht en andere (doorzichtige) media. Je voert dat onderzoek uit met een opstelling waarmee het faseverschil tussen het uitzenden en het ontvangen van een lopende elektromagnetische golf te meten is. Ten slotte bepaal je uit de meetresultaten de brekingsindex van de gebruikte media, en ga je na of deze in overeenstemming is met de literatuurwaarde.

Voorkennis

Voor het uitvoeren van dit experiment is de volgende voorkennis nodig: trillingen en lopende golven, golfsnelheid (v = λf), fase en faseverschil (Δφ = Δx/λ).

Bestanden

Practicumhandleiding
Meetopstelling