|
A Notatie, taal en betekenis
- Uitspraak, schrijfwijze en betekenis van getallen, symbolen en relaties
- Wiskundetaal gebruiken
- Uitspraak, schrijfwijze en betekenis van getallen, symbolen en relaties
- Wiskundetaal gebruiken
|
| Paraat hebben |
-
Schrijfwijze negatieve getallen: -3C, -150m
-
Symbolen zoals < en > gebruiken
-
Gebruik van wortelteken, machten
|
| Functioneel gebruik |
-
Getalnotaties met miljoen, miljard: Er zijn 60 miljard euromunten geslagen
|
| Weten waarom |
-
Getallen relateren aan situaties: ik loop ongeveer 4 km/u, Nederland heeft ongeveer 16 miljoen inwoners, 3576 AP is een postcode.
|
|
|
|
B Met elkaar in verband brengen
- Getallen en getalrelaties
- Structuur en samenhang
- Getallen en getalrelaties
- Structuur en samenhang
|
| Paraat hebben |
-
Negatieve getallen plaatsen in getalsysteem
|
| Functioneel gebruik |
-
Getallen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld met een getallenlijn: historische tijdlijn, 400 v. C - 2000 n. C
-
Situaties vertalen naar een bewerking: 350 blikjes nodig, ze zijn verpakt per 6.
-
Afronden op mooie getallen: 4862 m3 gas is ongeveer 5000 m3
|
| Weten waarom |
-
Binnen een situatie het resultaat van een berekening op juistheid controleren: Totaal betaald aan huur per jaar 43,683 euro, klopt dat wel?
|
|
|
|
C Gebruiken
- Memoriseren, automatiseren
- Hoofdrekenen (noteren van tussenresultaten toegestaan)
- Hoofdbewerkingen (+,-,*,:) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen
- Bewerkingen met breuken (+,-,x,:) op papier uitvoeren
- Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen
- Rekenmachine op een verstandige manier inzetten
- Berekeningen uitvoeren met gehele getallen, breuken en decimale getallen
|
| Paraat hebben |
-
Negatieve getallen in berekeningen gebruiken: 3 - 5 = 3 + -5 = -5 + 3
-
haakjes gebruiken
-
Met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen
|
| Functioneel gebruik |
-
Van een uitkomst
-
Resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie
|
| Weten waarom |
-
Bij berekeningen een passend rekenmodel of de rekenmachine kiezen
-
Berekeningen en redeneringen verifieren
|
|
|