Passages uit de brief aan het Ministerie van OCenW

"Als eerste knelpunt noemen we het ontbreken van wiskunde in het C&M-profiel van het havo. Vanuit het basisonderwijs en de pabo's is hierop met zorg gereageerd: men vindt dat een aankomend docent basisschool, die verantwoordelijk is voor het rekenonderwijs aan jonge kinderen, enige wiskundige bagage nodig heeft. Wij onderschrijven dit argument. Idealiter zou het C&M-profiel ruimte bieden voor de ontwikkeling van een aangepaste vorm van gecijferdheid. Zolang dit niet in een op C&M toegespitst vak gebeurt, ligt het voor de hand aan te bevelen dat C&M-leerlingen van het havo die belangstelling hebben voor de pabo wiskunde AB in hun profiel opnemen.

Ten tweede wijzen we op de kansen die er ontstaan voor wiskunde A in het C&M-profiel van het vwo. Het urenaantal voor dit vak is toegenomen en de inhoud hoeft minder dan bij het huidige wiskunde A te anticiperen op economische vervolgopleidingen. Dit betekent dat het nieuwe wiskunde A sterk van karakter kan en moet verschillen van het huidige. Het kan werkelijk worden ingebed in het C&M-profiel door aandacht te besteden aan historische, filosofische, culturele en artistieke aspecten van wiskunde. Ook gecijferdheid op het geëigende niveau kan hierin een rol spelen. Met een dergelijke invulling wordt zichtbaar dat wiskunde meer is dan nuttig gereedschap voor andere exacte vakken of sociale wetenschappen. Dit alles vraagt om een herontwerp van wiskunde A voor het vwo. Het Freudenthal Instituut zou hierover graag meedenken, omdat het vindt dat de wiskunde zo veel mogelijk toegesneden moet zijn op het profiel.

Het derde punt betreft de studielast wiskunde van leerlingen van het N&T-profiel van zowel havo als vwo. We zijn van mening - en velen met ons - dat deze studielast ontoereikend is voor een adequate voorbereiding op vervolgstudies als de hts (havo) of natuurkunde, scheikunde, wiskunde of informatica op universitair niveau (vwo). In internationaal perspectief is de studielast voor wiskunde van Nederlandse b-leerlingen extreem laag. In het licht van recente initiatieven zoals het Deltaplan Betatechniek is dit onbegrijpelijk. Deze argumenten zijn echter uitgebreid uitgewisseld zonder dat dit heeft geleid tot een andere studielasttabel. De vraag is nu dus hoe we binnen het huidige voorstel de groep van N&T-leerlingen recht kunnen doen. Dit hangt samen met het volgende punt dat de dubbelkeuze van wiskunde AB en wiskunde B betreft.

Het voorstel van OCenW voorziet in de mogelijkheid dat leerlingen in het N&T-profiel van havo en vwo zowel wiskunde B als wiskunde AB kiezen. Gelet op de bovenstaande opmerking over de geringe studielast wiskunde voor N&T-leerlingen zijn wij van mening dat deze dubbelkeuze sterk gestimuleerd dient te worden voor leerlingen die zich op een exacte vervolgopleiding voorbereiden. Dat betekent dat wiskunde AB (E&M en N&G) en wiskunde B (N&T) aanvullend en verschillend moeten zijn. Echter, zowel wiskunde B (N&T) als wiskunde AB (E&M en N&G) zullen onderdelen van het domein analyse bevatten, zij het in verschillende mate van diepgang en met verschillende aanpak. Daardoor zou voor N&T-leerlingen die zowel wiskunde B als wiskunde AB kiezen een doublure in het programma ontstaan. Ons voorstel is nu dat de N&T-leerlingen wiskunde B volgen, dat bestaat uit analyse (aangepast aan de doelgroep) en meetkunde. Daarnaast kunnen deze leerlingen ook wiskunde AB voor N&G en E&M volgen, waardoor ze kennismaken met kansrekenen en statistiek. Deze dubbelkiezers worden echter vrijgesteld van de basisanalyse uit wiskunde AB en besteden de vrijgekomen tijd aan projectmatige verdiepingsactiviteiten, bijvoorbeeld in de sfeer van de Zebrablokken in het huidige programma. Hier liggen keuzemogelijkheden voor leerlingen en docenten. Dit voorstel, dat nader moet worden uitgewerkt, maakt een zinvolle dubbelkeuze binnen het profiel N&T van havo en vwo mogelijk.

Als vijfde en laatste punt noemen we de kansen die het nieuwe b-vak biedt. We pleiten ervoor om wiskunde daarin, in samenhang met andere b-vakken, een herkenbare plaats te geven. We denken aan onderwerpen als probleemoplossen, toegepaste wiskunde en dynamische modellen, die goed geÔntegreerd zouden kunnen worden aangeboden binnen bredere b-thema's. In het Centrum voor Didactiek van b-wetenschappen van de Universiteit Utrecht, een samenwerkingsverband waarin het Freudenthal Instituut participeert, kunnen deze ideeŽn goed worden uitgewerkt."

Tot zover de passages uit deze brief.
Reacties op het standpunt van het Freudenthal Instituut zijn welkom.