bekijk de videoclip
|
|
Kim is precies zeven jaar oud. 'Wat is dit voor iets?' vraagt de onderzoeker. Kim heeft geen idee.
Wel ziet ze het 'draaiding' zitten. Maar de onderzoeker houdt zijn hand ervoor en vraagt Kim wat er zou gebeuren als je eraan zou draaien.
'De balletjes worden opgetild en dan gaan ze zo van wieee ... hup...' 'Maar hoe kun je nou balletjes optillen?' vraagt de onderzoeker.
'Dat komt door de houten blokjes die om de beurt op en neer bewogen worden door de ballen' (schijven), legt Kim uit.
Ook kan ze verklaren waarom de blokjes niet tegelijk naar boven en beneden gaan, namelijk omdat de schijven verschillende 'hoogtepunten'
hebben. Kim wijst precies aan welke blokjes bij elkaar horen. Om en om gaan de balkjes omhoog en omlaag.
Dan mag Kim eindelijk draaien en er gebeurt precies wat ze voorspeld heeft. Ze heeft ook wel een naam voor het ding: 'draaiorgel, nee knikkerorgel'.
'Wat zou er gebeuren als je de andere kant op draait?', vraagt de onderzoeker. 'Nog steeds hetzelfde, want het gaat om de beurt', licht Kim toe.
Als de onderzoeker vraagt of ze het knikkerorgel weer in elkaar kan zetten, denkt ze van wel.
Ze let aanvankelijk wel op de lengte van de balkjes maar nog niet op ligging van de gootjes bovenin de balkjes.
|