Bol en Blok

Hoe kleuters u van alles vertellen over vormeigenschappen

Marjo Verhelst, Basisschool 't Vlot, Drunen

Benodigdheden
  • een zakje met knikkers
  • een hand vol blokjes

een goed luisterend oor

De activiteit (uitgevoerd in groep 1-2)


Het verschil tussen bol en blok
U gaat met een groepje leerlingen om de tafel zitten en laat de knikkers en
de blokjes zien. U gooit deze op tafel. Wat gebeurt er? De knikkers rollen
alle kanten op, terwijl de blokjes gewoon blijven liggen. Hoe kan dat nou?
Leerlingen in de kleuterbouw kunnen al veel vertellen over waarom een knikker
wel rolt en een blokje niet.

Enkele opmerkingen van kleuters:
*knikkers rollen omdat ze rond zijn.

  • omdat het blokjes zijn en die hebben van die punten.
  • blokjes kunnen niet rollen omdat ze punten en van die platte dingen hebben.

omdat er punten aanzitten en van die strepen.

Aan de hand van verschillende oefeningetjes kunt u de verschillen tussen een bol
en een blok naar voren laten komen. Bijvoorbeeld:

- u laat ieder kind een knikker stil voor zich neerleggen.
Als iedereen dit gedaan heeft geeft u een stootje tegen de tafel. Wat gebeurt er?
Hoe kan dat nou?
- doe hetzelfde met een blokje: hoe kan het dat die wel blijven liggen?
- laat de kinderen proberen een muurtje te bouwen met knikkers.
Waarom lukt dat niet?
En waarom lukt dat wel als je het doet met blokjes?

Bollen en blokken in de klas
Knikkers en blokjes zijn zuivere vormen van bollen en blokken.
De wereld zit vol met tussenvormen. U kunt de kinderen als vervolg op bovenstaande
oefeningen de opdracht geven om in de klas op zoek te gaan naar voorwerpen die
je wel kunt stapelen en voorwerpen die je niet kunt stapelen. Steeds komen daarbij
de eigenschappen van de voorwerpen voor het voetlicht.

Kleuters weten u al feilloos uit te leggen waarom het ene wel te stapelen is en
het andere niet.

Een wereld vol bollen en blokken
Deze les is gegeven in de kleuterbouw. Toch is het een onderwerp waarover
u in principe in iedere groep een gesprek met de kinderen zou kunnen voeren.
De nog tamelijk primitieve en intuitieve opmerkingen van de kleuters verschuiven
dan gaandeweg meer in de richting van de wiskunde.
Midden- en bovenbouwers kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar voorbeelden
in de wereld waar bollen en blokken gebruikt worden. Bollen worden vaak gebruikt
als beweging in alle richtingen mogelijk moet zijn. Denk bijvoorbeeld aan kogellagers
en trekhaken. Denk bijvoorbeeld aan een lopende band. De blokvorm wordt vaak
gebruikt als er gemakkelijk gestapeld moet kunnen worden. Wat de kleuters intuitief
aanvoelen blijkt dus de kern van de eigenschappen van de vormen te zijn. Zo blijkt
wat op het eerste gezicht een vrijblijvend spelletje lijkt van maatschappelijke
relevantie te zijn.




© 1999 Freudenthal Instituut