Veilig klassenklimaat

Alle kinderen, maar vooral meisjes, varen er wel bij als er een veilige sfeer in de klas heerst. Dat geldt voor alle lessen, maar vooral voor rekenlessen, waarin je zelf iets moet proberen, waarin eigen activiteit en een eigen inbreng en eigen denkwerk worden gevraagd. Schattend rekenen vraagt dus zeker ook om een veilige sfeer!

In het MOOJ-rapport (Van den Heuvel-Panhuizen en Vermeer, 1999) wordt met betrekking tot het klassenklimaat een onderscheid gemaakt in:



  • Psychologische veiligheid
    er is een ordelijke sfeer in de klas, met duidelijke sociale regels


  • Cognitieve veiligheid
    er wordt duidelijke uitleg gegeven die leerlingen houvast geeft


Beide aspecten kunnen bijdragen tot het realiseren van een veilig klassenklimaat. Het werken aan deze twee aspecten van veiligheid heeft met name consequenties voor de manier waarop op de fouten van leerlingen wordt gereageerd. Een belangrijk punt bij het omgaan met fouten is dat de ene fout de andere niet is. Bepaalde fouten mogen niet onbesproken blijven, maar aan de andere kant is niets zo frustrerend als een leraar die op alle slakken zout legt. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen vergissinkjes en echt belangrijke fouten.

Fouten verdoezelen levert psychologische veiligheid
Kleine onbelangrijke foutjes kunnen verdoezeld worden door er even vlot overheen te gaan met een opmerking als 'Ach, je bedoelde natuurlijk....'. Dat klinkt veel geruststellender dan een leraar die met gefronste wenkbrauwen zegt: 'Wat zei je daar ....?' Als er een sfeer ontstaat van 'Ach, we maken allemaal weleens een vergissing en dat is helemaal niet erg' dan voelt niemand zich afgewezen en blijft het klassenklimaat veilig. Fouten verdoezelen is echter wel iets anders dan fouten negeren. Een leerling mag niet de indruk krijgen dat zijn antwoord niet belangrijk wordt gevonden. De leraar moet ook even checken of de leerling begrijpt waarom er vluchtig over het foute antwoord heen wordt gegaan. Als de leerling niet begrijpt wat hij fout heeft gedaan, of het gewicht van zijn fout niet kan inschatten, moet hier wel even aandacht aan besteed worden. Dit kan klassikaal, maar ook individueel na de les.

Fouten verklaren levert cognitieve veiligheid
Natuurlijk mogen niet alle fouten onder tafel verdwijnen, soms moet er wel even wat dieper op een fout worden ingegaan. Belangrijk is dan dat de gemaakte fout wordt verklaard: 'Veel mensen maken dat soort fouten. Waarom is die fout eigenlijk zo voor de hand liggend?' Het voordeel van deze aanpak is dat de leerling zich niet dom voelt en dat er toch wat dieper nagedacht wordt over de gemaakte fout. Dat levert dus zelfs nog extra winst op.

Voorbeeld
Aan een aantal leerlingen uit groep 8 is de volgende schatopgave voorgelegd: 0,497 x 48 is ongeveer ...
Hieronder zijn de uitwerkingen te zien van enkele leerlingen die bij deze opgave op een of andere manier in de fout gingen.











Hoe zou u in het kader van een veilig klassenklimaat met deze fouten omgaan? Welke fouten verdoezelt u en welke gaat u verklaren?




Literatuur
- Heuvel-Panhuizen, M. van den, Kool, M. & Goeij, E. de. (2000). Meisjes-Jongens. Module behorende bij de Nationale Cursus RekenCoördinator (NCRC). Utrecht: Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht.
- Heuvel-Panhuizen, M. van den & Vermeer, H. (1999). Verschillen tussen meisjes en jongens bij het vak rekenen-wiskunde op de basisschool. Eindrapport MOOJ-onderzoek. Utrecht: CD-ß Press/Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht.