Differentiatie (Algemeen)

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Differentiatie bij onderwijs in rekenen en wiskunde
  • Kinderen verschillen van elkaar. Zowel zwakke als gemiddelde en goede rekenaars behoeven aandacht. Het rekening houden met deze verschillen noemt men differentiatie.
  • Voor zwakke rekenaars zie ERWD
  • Voor sterke rekenaars zie Excellentie

Achtergrond

Leerlingen hebben verschillende niveaus en onderwijsbehoeften. Het onderwijs moet aangepast zijn aan de verschillen tussen leerlingen. Differentiatie is de wijze waarop een leerkracht met de verschillen tussen leerlingen omgaat. Het doel is om alle leerlingen een bepaald niveau te laten behalen door te variëren in zaken als instructiewijze en instructietijd. De twee belangrijkste manieren van differentiatie zijn convergente en divergente differentiatie.

Convergente differentiatie

Divergente differentiatie

Bij divergente differentiatie sluit de leerkracht zoveel mogelijk aan op de individuele niveaus en onderwijsbehoeften van de kinderen. De leerkracht is hierbij begeleider van het leerproces van de leerlingen.

Bij divergente differentiatie nemen de verschillen tussen de kinderen toe, waardoor er nog meer differentiatie nodig is. Het leren in homogene niveaugroepen heeft nadelige gevolgen voor de zwakke leerlingen, voor de gemiddelde leerling leidt niet tot betere resultaten. Hoogbegaafde kinderen hebben er wel baat bij, omdat zij profiteren van de andere sterke leerlingen in hun niveaugroep. Ze kunnen in hun eigen tempo doorgaan. Maar een nadeel is dat zij op deze manier niet leren om rekening te houden met anderen.

Interne en externe differentiatie

Bij differentiatie is er verschil tussen interne en externe differentiatie. Interne differentiatie betekent dat er binnen één groep leerlingen met verschillende niveaus en onderwijsbehoeften zitten. De leerkracht differentieert dan in homogene of heterogene groepen. De ervaring met heterogene groepen is dat de zwakkere leerlingen hier veel aan hebben, zonder dat de sterkere leerlingen eronder lijden. Externe differentiatie wil zeggen dat leerlingen ondergebracht zijn in verschillende klassen of scholen op grond van bijvoorbeeld begaafdheid, prestaties of belangstelling. Een voorbeeld hiervan is de plusklas.

Differentiatievormen

Er worden verschillende soorten van differentiatie onderscheiden. Zo is er differentiatie in leerstof (niet alle kinderen doen dezelfde leerstof), differentiatie in niveau (kinderen krijgen de gelegenheid op verschillende niveaus oplossingen voor rekenproblemen te hanteren) en differentiatie in tempo (kinderen werken in verschillend tempo de leerstof door).


Onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat niveaugroepen maken in het reken-wiskunde onderwijs (divergerende differentiatie) een averechts effect heeft: zwakke studenten gaan slechter presteren, de betere studenten profiteren nauwelijks. Het model van interne convergerende differentiatie wordt aanbevolen. Deze vorm van differentiatie geeft (in ieder geval in het basis en voortgezet onderwijs bij rekenen-wiskunde) de beste resultaten met name voor de zwakke rekenaars. Voor de deelnemers met ernstige reken-wiskundeproblemen of dyscalculie (ERWD) kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn. We verwijzen hiervoor naar het protocol ERWD mbo.


Omgaan met zwakke rekenaars

Zie protocol ERWD

Omgaan met goede rekenaars

Voor het basisonderwijs is er een kwaliteitskaart Effectief omgaan met goede rekenaars

Zie verder hoogbegaafdheid

Verwijzingen

Versies van dit document

  • 20140410, update
  • 20131007, update
  • 20080312, wikiteam
Persoonlijke instellingen
GOOGLE