Professionele gecijferdheid op de pabo

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

(Doorverwezen vanaf Gecijferdheid op de pabo)
Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Onderzoek (2007-2009) in het kader van ELWIeR door Marjolein Kool (Hogeschool Domstad)
  • Publicatie: zie verwijzingen

Onderzoeksvraag

Alle eerstejaars pabo-studenten worden aan het begin van hun studie getoetst op hun basale rekenvaardigheid door middel van een digitale adaptieve toets (Wiscat). Als zij voor deze toets zijn geslaagd, bezitten zij het fundament van rekenvaardigheid waarop hun professionele gecijferdheid tot ontwikkeling kan komen.

  1. Wat zijn kenmerken van professionele gecijferdheid?
  2. Hoe kan professionele gecijferdheid op de pabo ontwikkeld en getoetst worden?

Deelvraag 1. Wat zijn kenmerken van professionele gecijferdheid?

De professionele gecijferdheid van de leraar stelt hem in staat het reken-wiskundig denken en handelen van leerlingen in al zijn veelsoortigheid goed te interpreteren en er op passende wijze op in te gaan. ... De leraar moet zich in het denken van kinderen kunnen verplaatsen.
(Joost Klep en Harry Paus, ‘Geen competentie zonder repertoire.’ In: VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders jrg. 27(1) 2006, p. 6.)

Het onderzoek richt zich op het vermogen van leraren om het denken van kinderen te doorgronden, begrijpen, beoordelen en analyseren. Welke kenmerken/factoren van professionele gecijferdheid moet een leraar bezitten om zich in het denken van kinderen te kunnen verplaatsen?

Opzet van het onderzoek

102 tweedejaars pabo-studenten maakten een schriftelijke toets waarin zij onder andere leerlingenwerk moesten analyseren. Zij kregen oplossingen van kinderen bij drie breukensommen voorgelegd met bijbehorende vragen betreffende de aard en correctheid van de oplossingsmanieren (zie toets deel 3). Het werk van de kinderen was goed leesbaar en volledig uitgeschreven. De studenten hadden in de periode voorafgaand aan de toets colleges over breukendidactiek gevolgd.

Sommige studenten bleken goed in staat te zijn het leerlingenwerk te analyseren en te beoordelen, anderen waren dat niet (zie histogram resultaten deel 3).

Welke factoren zijn voorwaardelijk voor het kunnen analyseren van leerlingenwerk?

Hypothese betreffende voorwaardelijke factoren:

Een student die leerlingenwerk kan analyseren bezit:

- basale rekenvaardigheid;

- flexibele rekenvaardigheid dat wil zeggen:

  • hij/zij kan kale en contextsommen op meerdere manieren en meerdere niveaus oplossen;
  • hij/zij kan een context bij een kale som geven;
  • hij/zij kan een kale som uit een context afleiden.

De basale rekenvaardigheid van de studenten werd afgeleid uit de Wiscat-score uit het eerste studiejaar.

De flexibele rekenvaardigheid werd getoetst in deel 1 en 2 van de onderzoekstoets (deel 1: kale sommen, deel 2: contextsommen) (zie toets deel 1 en 2).

Tevens werd een enquête afgenomen naar vooropleiding, stage-ervaringen en dergelijke (zie enquête).

Voorlopige resultaten

  • Er is een zekere samenhang tussen de score op de Wiscat en het kunnen analyseren van leerlingenwerk.
  • Er is een vergelijkbare samenhang tussen de flexibele rekenvaardigheid en het kunnen analyseren van leerlingenwerk.
  • De betekenis van de afzonderlijke elementen van de flexibele rekenvaardigheid is nog niet vastgesteld.


Deelvraag 2. Hoe kan de professionele gecijferdheid van pabo-studenten ontwikkeld en getoetst worden?

Uit een enquête onder 27 pabodocenten rekenen-wiskunde kwamen enkele opvallende inzichten naar voren:

  • alle docenten adviseerden: oefen en toets bij studenten zowel de voorwaardelijke factoren als de toepassing ervan in het analyseren van leerlingenwerk (Dus iedereen pleitte voor èn-èn. Toch kan het wellicht ook anders. Vraag: Wat zijn de effecten van het oefenen van het analyseren van leerlingenwerk op de factoren van professionele gecijferdheid?)
  • 24 docenten waren van mening dat de ontwikkeling van professionele gecijferdheid het beste tijdens het stagelopen in de bovenbouw van de basisschool tot ontwikkeling zou kunnen komen. 3 docenten gaven er echter de voorkeur aan om professionele gecijferdheid in de pabo te ontwikkelen.

De laatste 3 vinden steun in het onderzoek. Studenten die al een half jaar stage hadden gelopen in de bovenbouw van de basisschool scoorden gemiddeld niet hoger (en ook niet lager) bij het analyseren van leerlingenwerk dan studenten die nog niet in groep 7 of 8 praktijkervaring hadden opgedaan.

Mogelijke verklaring: Rekenles geven in de bovenbouw vraagt zoveel van een pabo-student dat hij niet toekomt aan het diepgaand analyseren van oplossingsmanieren van leerlingen.

Vervolgonderzoek

Er zijn nog meer factoren die mogelijk een rol spelen bij het analyseren van leerlingenwerk. De navolgende factoren zijn in het onderzoek (nog) niet getoetst.

Een student die leerlingenwerk kan analyseren:

  • kan oplossingsmanieren (en eventuele fouten) van leerlingen voorspellen en verklaren;
  • heeft diepgaande kennis van de wiskundige concepten die aan de oplossing van het vraagstuk ten grondslag liggen, dat wil zeggen dat hij oplossingsmanieren kan verklaren en bewijzen.

Nieuwe vragen die het onderzoek opriep:

  • Zijn ervaren leerkrachten beter in staat leerlingenwerk te analyseren dan pabo-studenten?
  • Wat zijn de effecten van oefening in het analyseren van leerlingenwerk op de kenmerken van professionele gecijferdheid?


Op 30 maart 2008 zijn tijdens het VELON-congres de tussentijdse resultaten van het onderzoek gepresenteerd (zie powerpointpresentatie).

Inlichtingen: Marjolein Kool

  • Centrale publicatie: Kool, M. (2009). refworks.jpg Professionele wiskundekennis van de basisschoolleraar (In R. Keijzer and V. Jonker (Eds.), Over de muurtjes heen kijken. Verslag twee jaar ELWIeR Utrecht: Expertisecentrum Lerarenopleiding Wiskunde en Rekenen (Freudenthal Instituut).

Verwijzingen


Versies van dit document

  • 20150421, update
  • 20090429, publicatie in ELWIeR conferentieboek
  • 20080408, wikiteam
Persoonlijke instellingen
GOOGLE