Kennisbasis lerarenopleiding VO

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern

Inhoud

Algemeen

  • Ontwikkeld in 2009: vakkennisbases voor de tweedegraads opleidingen van docenten voor de vakken Biologie, Natuurkunde, Scheikunde, Techniek en Wiskunde.
  • Kennisbasis is een landelijk project van de lerarenopleidingen vo/bve, met als doelstelling het vastleggen van de kennisvereisten voor de lerarenopleidingen tot op het niveau van de schoolvakken.
  • Kennisbasis is een initiatief van ADEF.

kennisbasis_vo_klein.jpg

Achtergrond

Deze kennisbases (Biologie, Natuurkunde, Scheikunde, Techniek en Wiskunde) in het kader van het project Werken aan Kwaliteit ontwikkeld door redactieteams, samengesteld uit docenten van de gezamenlijke tweedegraads lerarenopleidingen. De vakkennisbases (kennis van het schoolvak) maken deel uit van de drieslag: kennis van de leerling, kennis van het onderwijzen en kennis van het schoolvak. De vakredacties hebben zich eerst gebogen over dat deel van de totale kennis, wat een docent uit het schoolvak minimaal aan vakkennis zou moeten bezitten om verantwoord en adequaat vakonderwijs in het vmbo, het mbo en in de onderbouw van havo/vwo te kunnen verzorgen. De vakredacties hebben prioriteit gelegd bij de vakkennisbases vanwege het maatschappelijke belang van een grondige beschrijving daarvan en het principe dat kennisinhouden vooraf gaan aan de constructie van het onderwijs en van toetsen.

Noodzaak van de kennisbasis

De lerarenopleidingen bevinden zich in de transitie van opleiden en beoordelen aan de hand van eindtermen naar competentiegericht onderwijs. De noodzaak van die omslag wordt gevormd door veranderingen in de scholen (o.a. opleiden in de school), maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. lerarentekort), ontwikkelingen in het beroep van leraar (o.a. meer functies in het onderwijs), onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen (ook in vmbo/bve competentiegericht werken) en veranderingen in de rol van de overheid (o.a. wet Beroepen in het onderwijs).

De bestaande eindtermen zijn ontoereikend, te knellend en te gedetailleerd en gebaseerd op een andere benadering. Bij competentiegericht opleiden staat het professioneel adequaat leren handelen van de aanstaande leraar centraal. Van groot belang is daarnaast dat competentiegericht opleiden studenten en zij-instromers in toenemende mate de mogelijkheid biedt om via flexibel ingerichte curricula op basis van eerder verworven competenties een studieprogramma 'op maat' te volgen. De eindtermen kwamen tot stand vanuit de context van een vierjarige voltijdopleiding, waarbij de instroom hoofdzakelijk bestaat uit 17-18 jarigen en is daarmee niet toegesneden op de sterk toegenomen diversiteit aan studenten en opleidingsroutes in de lerarenopleidingen.

Definiëring van de kennisbasis

Met het begrip kennisbasis wordt verwezen naar het geheel van kennisvereisten waarover een startbekwame leraar moet beschikken. De kennisbasis in deze zin bevat naast kennisvereisten op het terrein van het schoolvak ook kennisvereisten met betrekking tot het pedagogisch-didactisch terrein. De kennisbasis zoals men deze wil hanteren verbindt kennis van het schoolvak met kennis die vereist is om ook daadwerkelijk competent in kenmerkende situaties te kunnen handelen en die vereist is voor verdere ontwikkeling. Bekwaamheid op professioneel niveau impliceert dus dat de leraar beschikt over kennis van het vak (inclusief basiskennis van het schoolvak), van het leren en van de leerling. De kennisbasis is daarvoor het fundament.

Soorten kennis in de kennisbasis

Het volgende onderscheid wordt gemaakt: Theoretische kennis: dit is kennis die abstract, contextonafhankelijk, gegeneraliseerd is. Het betreft grondslagen van een vak. Het gaat daarbij om de aanwezigheid van een kennisrepertoire waarin de aankomende leraar 'als expert' thuis is, waaruit hij of zij keuzes kan maken, deze kan 'vertalen' voor leerlingen en vanuit verschillende perspectieven kan verantwoorden. Praktische kennis: dit is kennis die concreet, contextafhankelijk of situatiegerelateerd is. Deze kennis helpt de leraar om problemen in alledaagse situaties uit zijn of haar leef- en werkwereld op te lossen. Bijvoorbeeld: welke kennis moet ik bij de leerlingen gebruiken om leerstof uit de methode te verduidelijken. Methodische kennis: dit is kennis over processen van leren en onderwijzen. Het is kennis die nadrukkelijk zowel in verbinding moet staan met theoretische als praktische kennis en die zowel bestaat uit contextonafhankelijke en contextafhankelijke componenten. (bijvoorbeeld: hoe speel ik didactisch in op verschillen tussen leerlingen qua voorkennis).

Verwijzingen

Versies van dit document

  • 20100407, bijgeplaatst de kennisbasis betastudies
  • 20100207, publicatie vakdidactisch portfolio
  • 20081023, wikiteam
Persoonlijke instellingen
GOOGLE