PISA

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* PISA (english) * intern

Inhoud

Algemeen

  • Programme for international student assessment (PISA)
  • Internationaal vergelijkende onderzoek naar de prestaties van leerlingen in onderwijsstelsels in de wereld
  • Geeft inzicht in de prestaties van 15-jarige leerlingen in 65 landen (OECD-lidstaten en geassocieerde landen) op het gebied van lezen, wiskunde en science.

Achtergrond

The OECD Programme for international student assessment (PISA), created in 1997, represents a commitment by the governments of OECD Member countries to monitor the outcomes of education systems in terms of student achievement, within a common international framework. OECD/PISA is, above all, a collaborative effort, bringing together scientific expertise from the participating countries and steered jointly by their governments on the basis of shared, policy-driven interests.

Domeinen PISA

  1. Vorm en Ruimte betreft ruimtelijke en geometrische fenomenen en relaties. In Nederland zouden we dit al snel ‘meetkunde’ noemen. Overeenkomsten en verschillen bij verschillende vormen onderkennen, vormen in verschillende representaties en dimensies herkennen, evenals het begrijpen van eigenschappen van voorwerpen komen hierbij aan de orde.
  2. Veranderingen en Relaties is het meest verwant aan het begrip ‘algebra’. Dit subdomein heeft zowel betrekking op wiskundige representaties van verandering, als op relaties tussen verschillende grootheden. Vergelijkingen, ongelijkheden, maar ook zaken als equivalentie en deelbaarheid vallen hier onder. Relaties in wiskundige zin kunnen op velerlei wijze worden gevisualiseerd; denk daarbij bijvoorbeeld aan formules, grafieken en tabellen. Bij dit subdomein is dan ook aandacht voor de verbanden tussen de ene en de andere representatievorm.
  3. Onzekerheid heeft betrekking op zaken van kanstechnische en statistische aard. Dit domein zouden we in Nederland aan kunnen duiden met ‘kansrekening en statistiek’.
  4. Hoeveelheid betreft zowel numerieke verschijnselen als kwantitatieve relaties en patronen. Onderwerpen als telproblemen, oppervlakte- en inhoudsbepalingen vallen hier dus onder. Hoofdrekenen, schattend rekenen en begrip van de betekenis van rekenkundige operaties komen hierbij eveneens aan de orde. Het Nederlandse begrip ‘rekenkunde’ komt hierbij het best in de buurt.

Vaardigheidsniveaus PISA

De wiskundevragen bij PISA zijn onderverdeeld in zes vaardigheidsniveaus met een oplopende moeilijkheidsgraad van 1-6.

Niveau Wat leerlingen op dit niveau kunnen
6
  • Conceptualiseren, generaliseren en informatie benutten, gebaseerd op het onderzoek en het modelleren van een complexe probleemstelling
  • Diverse informatiebronnen en representatievormen met elkaar verbinden en flexibel overstappen van de een op de ander
  • Op hoog wiskundig niveau denken en redeneren
  • Dit inzicht en begrip samen met symbolische en formele wiskundige operaties en verbanden inzetten om nieuwe aanpakken of strategieën te ontwikkelen om ongebruikelijke situaties aan te pakken
  • Zijn bevindingen, interpretaties en argumenten rond zijn handelingen en overdenkingen en tevens de geschiktheid hiervan met betrekking tot de oorspronkelijke situatie formuleren en helder communiceren
5
  • Modellen voor ingewikkelde situaties ontwikkelen en daarmee werken waarbij randvoorwaarden geïdentificeerd worden en zelf veronderstellingen gespecificeerd worden
  • Geschikte probleemoplossende strategieën selecteren, vergelijken en evalueren om complexe problemen die bij vermelde modellen horen op te lossen
  • Strategisch werken, daarbij gebruik makend van brede, goed ontwikkelde redeneervaardigheden, geschikte representatievormen, symbolische en formele karakteristieken en inzicht relevant voor de vermelde ingewikkelde situaties
  • Reflecteren op zijn eigen handelen
  • Zijn interpretaties en redeneringen formuleren en communiceren
4
  • Gericht werken met expliciete modellen van ingewikkelde situaties waarbij beperkingen aan de orde kunnen zijn of zelf veronderstellingen gemaakt dienen te worden
  • Kiezen uit dan wel integreren van verschillende representatievormen, waaronder symbolische vormen, waarbij deze op een directe manier in verband gebracht kunnen worden met realistische situaties
  • Uitleg en argumenten construeren en communiceren, gebaseerd op eigen interpretatie en redeneringen
3
  • Helder omschreven procedures uitvoeren waaronder procedures op basis van gefaseerde besluitvorming
  • Selecteren en eenvoudige probleemoplossende strategieën toepassen
  • Interpreteren en gebruik maken van representatievormen gebaseerd op verschillende informatiebronnen
  • Korte mededelingen doen waarin verslag gedaan wordt van gevonden interpretaties, resultaten en redeneringen
2
  • Situaties in contexten interpreteren en herkennen op basis van directe gevolgtrekkingen
  • Relevante informatie onttrekken aan een enkele bron
  • Gebruik maken van een enkele representatievorm
  • Gebruik maken van elementaire algoritmes, formules, procedures of afspraken
  • Gebruik maken van eenvoudig redeneren
  • Letterlijke interpretaties maken van resultaten
1
  • Vragen beantwoorden die betrekking hebben op bekende contexten indien alle relevante informatie gegeven is en de vraagstelling helder omschreven is
  • Informatie identificeren en routineprocedures uitvoeren die betrekking hebben op directe aanwijzingen in expliciete situaties
  • Activiteiten uitvoeren die voor de hand liggend zijn en onmiddellijk uit de gegeven stimuli volgen

Meer lezen:

Onderzoek 2012

In PISA 2012 was er (evenals in 2003) extra aandacht voor wiskunde (meetkunde, algebra, statistiek, rekenen). Daarnaast zijn in 2012 vaardigheden in probleem oplossen onderzocht. Daarover wordt in het voorjaar van 2014 gerapporteerd door de OECD. PISA wordt eens in de drie jaar uitgevoerd, PISA 2012 is de vijfde cyclus. Deze is afgenomen in 34 OECD-lidstaten en 31 partnerlanden en partnereconomieën bij in totaal ongeveer 510.000 leerlingen. De testen in 2012 alsmede een leerlingenvragenlijst zijn in Nederland afgenomen door het CITO bij een representatieve steekproef van 4.460 15-jarige leerlingen afkomstig van 172 opleidingen vmbo en havo/vwo, en 5 opleidingen praktijkonderwijs.

In het algemeen blijkt uit PISA 2012 dat de relatieve positie van Nederland ten opzichte van andere landen is verbeterd. De absolute scores zijn op hoofdlijnen gelijk gebleven ten opzichte van de vorige cyclus, PISA 2009. Toch is een punt van zorg dat een daling is te constateren in de scores op wiskunde over de jaren heen.

Ranking

Land 2012 2009 2003
Shanghai-China 613 600 -
Singapore 573 562 -
Hong-Kong-China 561 555 540
Chinese Taipei 560 544 -
Korea 554 546 548
Japan 536 529 536
Liechtenstein 535 536 540
Switzerland 531 534 523
Netherlands 523 526 551
Estonia 521 - -
Finland 519 541 543
Canada 518 527 537

Voorbeeldopgaven

CD Verkoop

niveau 1

De fietsster

niveau 2

Welke auto

niveau 3

Draaideur

niveau 4

Beklimmen van de berg Fuji

niveau 5

De fietsster

niveau 6

Onderzoek 2009

Zie http://www.oecd.org/edu/pisa/2009. Hieronder een vergelijking tussen 2003 en 2009.

pisa20032009.jpg
Land 2009 2003
Shanghai-China 600 -
Singapore 562 -
Hong-Kong-China 555 540
Korea 546 548
Chinese Taipei 544 -
Finland 541 543
Liechtenstein 536 540
Switzerland 534 523
Japan 529 536
Canada 527 537
Netherlands 526 551

How countries perform in mathematics and how mathematics performance has changed since 2003 (Figure V.3.2, p. 61 van rapport PISA 2009 Results)

Verwijzingen

Versies van dit document

  • 20131203, update n.a.v. presentatie 2012.
  • 20081105, wikiteam
Persoonlijke instellingen
GOOGLE