Programme for the International Assessment of Adult Competencies

Uit Wiki reken-wiskundeonderwijs

Ga naar: navigatie, zoeken

Home   All   A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z   Categorieën               Vragen               Google-zoek               Pagina toevoegen       English       intern

* intern * PIAAC (english)

Inhoud

Algemeen

Programme for the International Assessment of Adult Competencies (OECD)

Achtergrond

PIAAC aims at developing a strategy to address the supply and demand of competencies that would:

  • identify and measure differences between individuals and countries in competencies believed to underlie both personal and societal success;
  • assess the impact of these competencies on social and economic outcomes at individual and aggregate levels;
  • gauge the performance of education and training systems in generating required competencies; and
  • help to clarify the policy levers that could contribute to enhancing competencies.

2013

Het onderzoek naar vaardigheden voor volwassenen (PIAAC) was ontworpen om meer inzicht te bieden in de beschikbaarheid van enkele van deze belangrijke vaardigheden in de maatschappij en hoe ze zowel thuis als op het werk worden gebruikt. Het onderzoek heeft op directe wijze de bekwaamheid in verschillende informatieverwerkende vaardigheden gemeten, zoals leesvaardigheid, rekenvaardigheid en het oplossen van problemen in high‑tech omgevingen. De voornaamste bevindingen zijn als volgt:

In de meeste landen is er een groot percentage volwassenen dat laag scoort voor lees‑ en rekenvaardigheid. In de landen waarin dit onderzoek werd uitgevoerd, behaalden 4,9 tot 27,7% van de volwassen een zeer lage score voor leesvaardigheid en 8,1 tot 31,7% een zeer lage score voor rekenvaardigheid. In veel landen heeft een groot percentage van de bevolking geen enkele ervaring met ICT of onvoldoende basisvaardigheden om ICT voor alledaagse taken te gebruiken. Dit varieert van minder dan 7% van 16 tot 65‑jarigen in Nederland, Noorwegen en Zweden, tot 23% of meer in Italië, Korea, Polen, Tsjechië en Spanje. Zelfs onder volwassenen met computervaardigheden scoorden de meesten laag voor het oplossen van problemen in high‑tech omgevingen.

Volwassenen die een tertiaire opleiding hebben gevolgd scoren gemiddeld 36 punten hoger, wat gelijk staat aan vijf jaar schoolonderwijs, dan volwassenen die slechts lager middelbaar onderwijs hebben genoten, nadat ook andere kenmerken in overweging zijn genomen. De combinatie van een slechte beginopleiding en onvoldoende kansen om de bekwaamheden te verbeteren, kan voor een vicieuze cirkel zorgen, waarin een slechte bekwaamheid leidt tot minder ontwikkelingskansen en vice versa. Immigranten die een andere taal spreken, hebben een aanzienlijk lagere lees‑ en rekenvaardigheid en kunnen minder goed problemen oplossen in high‑tech omgevingen dan autochtone volwassenen met een eerste of tweede taal die ze als kind hebben geleerd, die ook de beoordelingstaal was, zelfs wanneer andere factoren in overweging zijn genomen. Terwijl oudere volwassenen over het algemeen minder bekwaam zijn dan hun jongere tegenhangers, kan dit verschil tussen de generaties in de onderzochte landen enorm variëren. Dit suggereert dat beleidsbepalingen en andere omstandigheden de factoren kunnen compenseren die voor een negatieve correlatie tussen belangrijke informatieverwerkende vaardigheden en de leeftijd zorgen. Mannen scoren beter voor rekenvaardigheid en het oplossen van problemen in high‑tech omgevingen dan vrouwen, maar het verschil is niet groot en wordt nog kleiner als andere factoren in overweging worden genomen. Bij jongere volwassenen is het bekwaamheidsverschil tussen mannen en vrouwen verwaarloosbaar.

  • World of Work

Het gebruik van vaardigheden op het werk beïnvloedt een aantal fenomenen op de arbeidsmarkt, zoals productiviteit en het salarisverschil tussen mannen en vrouwen. Het komt vaak voor dat meer bekwame werkers hun vaardigheden minder intensief op het werk gebruiken dan minder bekwame werkers. Dit wijst op een duidelijke mismatch tussen bekwaamheid in vaardigheden en het gebruik van de vaardigheden op het werk. Het beroep van een persoon zegt meer over het gebruik van vaardigheden op het werk dan zijn of haar opleidingsniveau of het soort arbeidscontract dat werd afgesloten. Ongeveer 21% van de werkers zijn te hoog opgeleid voor hun werk en 13% te laag, wat duidelijke gevolgen heeft voor salarissen en productiviteit. Hoe vaardigheden ontwikkeld en gehandhaafd worden – en verloren raken


De bekwaamheid in lezen, rekenen en het oplossen van problemen in high‑tech omgevingen is sterk afhankelijk van de leeftijd, met een piek rond het 30e levensjaar. Daarna neemt de bekwaamheid gestaag af, waarbij de oudste leeftijdsgroepen een lager bekwaamheidsniveau hebben dan de jongste. De afname van deze bekwaamheid over tijd heeft niet alleen te maken met het aantal en de kwaliteit van de kansen die personen gedurende hun hele leven hebben gehad om hun bekwaamheid te ontwikkelen en te handhaven (vooral, maar niet uitsluitend door opleiding en training), maar ook met de gevolgen van de biologische veroudering.

Op nationaal niveau is er een duidelijke correlatie tussen deelname aan georganiseerde leeractiviteiten voor volwassenen en de gemiddelde bekwaamheid in belangrijke informatieverwerkende vaardigheden. Volwassenen die hun lees‑ en rekenvaardigheid vaker gebruiken en meer ICT gebruiken, zowel op het werk als daarbuiten, kunnen beter lezen, tellen en problemen oplossen, zelfs als rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau. Deelname aan dergelijke activiteiten buiten het werk zorgt voor een nog betere bekwaamheid in deze vaardigheden dan deelname aan dergelijke activiteiten op het werk. De relatie tussen bekwaamheid in vaardigheden en het economische en sociale welzijn

Er bestaat een duidelijke relatie tussen goede lees‑ en rekenvaardigheid en bekwaamheid in het oplossen van problemen in high‑tech omgevingen en de kans op deelname aan de arbeidsmarkt en een baan met een hoger salaris. In alle landen hebben personen met een lage score voor leesvaardigheid vaker problemen met hun gezondheid dan personen met een hogere score. Ook geloven ze dat ze weinig invloed hebben op het politieke proces en zijn ze niet bij verenigingen of vrijwilligerswerk betrokken. In de meeste landen hebben personen met een lagere bekwaamheid ook de neiging andere mensen minder te vertrouwen.


2007

Strategy Paper is uit 2004, PIAAC staat gepland voor 2007

  • gaat met name over hoe de survey aan te pakken
  • er worden aspecten aangesneden en vragen aan de lezers (= landen) gesteld
  • handig zijn de genummerde paragrafen
  • numeracy wordt genoemd als een van de 8 te testen competenties (samen met literacy) p.23
  • relatie met IALS en ALL wordt gelegd (uitvoerig in bijlage)
  • PISA wordt genoemd


Verwijzingen

Versies van dit document

  • 20131009, update
  • 20081125, update
  • 20070114, wikiteam
Persoonlijke instellingen
GOOGLE