<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?><!DOCTYPE section SYSTEM "http://www.fi.uu.nl/dtd/specialcharacters.dtd" ><?xml-stylesheet href="proefmodule.xsl" type="text/xsl"?><?cocoon-process type="xslt"?><document><title xml:lang='nl'>Webschool groep 3</title><title xml:lang='en'>Webschool</title><remarks>eerste draft</remarks><creator>vincent jonker </creator><copyright><year>2004</year><holder>Freudenthal instituut</holder></copyright><modificationPerson>vincent</modificationPerson><abstract>een tijdelijk project</abstract><modificationDate>19-9-2005</modificationDate><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>1</nr><title>Inleiding compacte leerlijnen</title><task>Deze proefmodule voor Webschool bevat een aantal leerlijnen voor groep 3. </task><content><nodeType>overig</nodeType><h5>Wat wordt bedoeld met een leerlijn?</h5>
<p>
Een ingedikte leerlijn geeft een beschrijving van kenmerkende leermomenten en bijbehorende activiteiten. Hiermee hebben consulenten en leerkrachten (en ouders) overzicht op de cruciale leermomenten voor het rekenen. Dat overzicht helpt bij het maken van keuzes ten aanzien van de leerstof voor langdurig zieke kinderen. De leerlijnen worden gepubliceerd op de internet site Webschool.
Ruim gesteld bedoelen we met een leerlijn een beschrijving van het onderwijs en de leerprocessen die kinderen in grote lijnen voor het vak rekenen-wiskunde op de basisschool doorlopen. Natuurlijk verlopen de leerprocessen complex en bij individuele kinderen vaak weer verschillend, maar toch is het nuttig en mogelijk om globaal lijnen aan te geven die kenmerkend zijn voor het leren van de meeste leerlingen. Bij die leerlijnen horen kerntaken en leerervaringen die als het ware de scharnierpunten (of cruciale leermomenten) in een leerproces vormen, en die in principe van betekenis zijn voor alle leerlingen. De kerntaken zouden die cruciale ervaringen moeten oproepen. 
</p>

<h5>Groep 3</h5>
<p>
De vier leerlijnen die we beschrijven voor groep 3 zijn:<br/>
1.	Tellen en getalbeelden, <br/>
2.	Rekenen tot 20,<br/>
3.	Start met getalverkenning tot 100, en<br/> 
4.	Meten en meetkunde.
</p>

<h5>Verantwoording</h5>
<p>
Deze leerlijnbeschrijvingen en de kerntaken zijn gebaseerd op resultaten van de projecten RekenWeb, Speciaal Rekenen en TAL.
</p>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling></mathHandling><practHandling></practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041020</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>2</nr><title>Leerlijnen in groep 3</title><task>Tellen en getalbegrip</task><content><nodeType>overig</nodeType>Het rekenen in groep 3 sluit aan bij het onderwijs in de kleutergroepen en begint met tel-activiteiten.
<br />
Tellen weerspiegelt de werkwijze die kinderen volgen bij optellen (samenvoegen) en aftrekken (weghalen) in contextsituaties, en vormt dus het begripsmatige startpunt.
<br />
De kinderen leren de telrij tot (tenminste) 20. In deze telrij wordt structuur aangebracht met behulp van het uiteenleggen in dubbelen en het gebruik van vijven. Met de gestructureerde getallen kan vervolgens handig gerekend worden. Het uiteindelijke doel is het vlot kunnen hanteren van formele rekensommen tot de 20.
<br />
Bovendien wordt een begin gemaakt met meetkunde en met getalverkenning tot 100.
<br />
In groep 4 wordt hierop voortgebouwd en krijgt het rekenen tot 100 de meeste aandacht.
<br />
<br />
In deze module beschrijven we de volgende vier leerlijnen in groep 3:

<ul>
<li>
Tellen en getalbeelden
<ol>
<li>
Telliedjes
</li>
<li>
Tellen van ongestructureerde hoeveelheden (Cijferdoosjes1, Flitsbeelden-vingers)
</li>
<li>
Tellen op de getallenlijn (Cijferdoosjes2, Waslijn (tot 20) )
</li>
<li>
Tellen van gestructureerde hoeveelheden (Cijferdoosjes1, Rekenrek en Flitsbeelden-rekenrek en eierdozen)
</li>
<li>
Getalbeelden (Cijferdoosjes3,4 en Flitsbeelden door elkaar)
</li>
</ol>
</li>
<li>
Rekenen tot 20
<ol>
<li>
Splitsen (Cijferdoosjes4 en Rekenrek, maar ook iets tussen 10 en 20)
</li>
<li>
Pijlentaal (de Bus, Drie op een rij, Oefenen)
</li>
<li>
Geldrekenen (Flitsbeelden-munten, Klant en Winkelier)
</li>
</ol>
</li>
<li>
Verder tellen
<ul>
<li>
De leerlijn 'Getalverkenning tot 100' voor groep 4 bestaat al. Deze leerlijn kan eventueel worden uitgebreid en / of aangepast voor groep 3 of in de huidige vorm worden gekopieerd naar groep 3 (alleen zijn de activiteiten uit het laatste deel van de leerlijn misschien van een te hoog niveau).
</li>
</ul>
</li>
<li>
Meetkunde
<ul>
<li>
In groep 3 kan al een begin worden gemaakt met het verkennen van de ruimte om je heen en het ontwikkelen van een taal en manieren om die te beschrijven. Hier doen we enkele suggesties voor activiteiten.
</li>
</ul>
</li>
</ul>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling></mathHandling><practHandling></practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041020</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>3</nr><title>Leerlijn 1: Tellen en getalbeelden</title><task></task><content><nodeType>overig</nodeType><h5>Onderwerpen</h5>
<ul>
<li>
Telliedjes
</li>
<li>
Tellen van ongestructureerde hoeveelheden
</li>
<li>
Tellen op de getallenlijn
</li>
<li>
Tellen van gestructureerde hoeveelheden
</li>
<li>
Getalbeelden
</li>
</ul>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><p>
In deze leerlijn wijzen we in de eerste plaats op het belang van het betekenis geven aan getallen.
<br />
Getallen komen in allerlei alledaagse situaties. Zo kan het getal 'zeven' verwijzen naar de leeftijd van een klasgenoot, naar het aantal dagen in een week, naar de tijd van 7 uur op de klok, naar 'zeven zoete zuurtjes in een fles', naar een worp van 7 met twee dobbelstenen 
<br />
Door bijvoorbeeld <b>Telliedjes</b> krijgen getallen een gezicht. Het aanbieden van een dergelijke activiteit is altijd zinvol.
<br />
<br />
Een belangrijke stap in deze leerlijn is die van het <b>tellen van ongestructureerde hoeveelheden</b> naar het gebruiken van structureren van getallen. Het aanvankelijk rekenonderwijs begint bij tellende (vinger)rekenen, omdat dit aansluit op de informele rekenmanier van kinderen. Echter, tellend rekenen is tijdrovend. Het gebruik van bijvoorbeeld de vijfstructuur helpt bij het rekenen. De vingers bieden een mooi aanknopingspunt om de kinderen bewust te maken van het <b>gestructuureerd tellen van hoeveelheden</b>, zie bijvoorbeeld 6 als een volle hand en nog 1 vinger (5 en 1), 8 als een volle hand en nog 3 (5 en 3). 
<br />
Ontdekking van de structuur in getallen maakt het voor kinderen mogelijk het tellende rekenen te overwinnen. Getallen tot twintig worden in hoofdzaak op drie wijzen met modellen voorgesteld: met een lijnmodel, een groepjesmodel en het rekenrek.
<br />
<br />
De kralenketting met een vijfstructuur wordt meestal gebruikt voor het lijnmodel. Leerlingen leren daarmee om getallen globaal te positioneren op een (steeds minder gestructureerde) getallenlijn tot twintig. In samenhang hiermee moeten leerlingen getallen tot twintig ook vlot naar grootte kunnen ordenen, en de naaste buren van deze getallen kunnen benoemen.
<br />
<br />
Het groepjesmodel speelt een rol bij het overzichtelijk samenstellen of ontleden van aantallen tot twintig. Voorbeelden daarvan zijn het turven en het weergeven met behulp van de vingers. In eerste instantie zijn groepjes van losse objecten nog telbaar, net zo goed als een bedrag met losse euro's wordt neergelegd. Wanneer losse euro's worden ingeruild voor een briefje van vijf of tien is geld een abstracter groepjesmodel geworden waarin de losse objecten niet meer telbaar zijn. Zo'n overgang van telbare representaties of voorstellingen naar niet-telbare voorstellingen die de behoefte aan een structurering oproepen, is een belangrijk leermoment. Activiteit Tellen van ongestructureerde hoeveelheden speelt hierbij een rol.
<br />
<br />
Op het <b>Rekenrek</b> kunnen getallen via vijven en tienen en met dubbelen worden afgebeeld. 
<br />
<br />
Met de dubbelbeelden en vijfbeelden van de getallen tot tien zijn alle moeilijke splitsingen voorstelbaar te maken. In de activiteit <b>Getalbeelden</b> komen deze getalbeelden en de relatie met het structureren van groepjes aan de orde.
</p>
</mathHandling><practHandling></practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041020</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>6</nr><title>Cijferdoosjes</title><task>Hoeveel knikkers liggen er in het doosje? Leg het goede deksel erop.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"
	code="fi/cijferdoosjes_ws/CijferDoosjes_WS.class" 
	archive="jars/cijferdoosjes_ws.jar"
	height="480" width="750">		
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen van ongestructureerde hoeveelheden</b>

<p>
Leerlingen oefenen in het koppelen van een cijfersymbool aan een hoeveelheid. Afhankelijk van de ervaring die kinderen hebben met het werken met concrete cijferdoosjes wordt heeft deze activiteit een introductie nodig. De leerlingen moeten in ieder geval bekend zijn met het principe dat op het deksel van het doosjes staat hoeveel knikkers erin zitten. Laat de kinderen nadenken over de vraag hoe je erachter kunt komen hoeveel knikkers erin een doosje zitten. De strategie van het één voor één tellen ligt voor de hand. Sommige hoeveelheden kun je echter in een keer zien, zonder te tellen. Welke zijn dat?
<br />
Vraag de kinderen wat het tellen van de knikkers zou vergemakkelijken. Misschien komen zij op het idee dat wanneer de knikkers in een zekere structuur zouden liggen, sneller kan worden vastgesteld om hoeveel knikkers het gaat. Verder kan het wenselijk zijn vooraf even de cijfersymbolen te oefenen, zodat ze tijdens de activiteit kunnen worden herkend.
</p>

<p>
Een deksel kan op elk doosje worden gelegd, ook als het cijfersymbool en de hoeveelheid knikkers niet corresponderen. Aan het einde van de activiteit kun je dus een doosje met een verkeerd deksel overhouden. Je kunt de deksels dan nog even optillen om te controleren of voor het juiste cijfer is gekozen.
<br />
De cijfersymbolen geven dus informatie over een hoeveelheid die niet zichtbaar of telbaar is. Kinderen kunnen deze functie van cijfersymbolen ontdekken als u hen tijdens de activiteit vraagt hoeveel knikkers er in een doosje zitten waarop al een
deksel ligt. Belangrijk is om vervolgens met de leerling te controleren of het juist is door het deksel even op te lichten. 
</p
>
<p>
Een ander voorbeeld van een activiteit rond het tellen van ongestructureerde hoeveelheden is <a href ="http://www.maatwerkrekenen.nl/swf/demo-groen/game2.html" target="_blank">het acquarium</a> van Maatwerk.
</p></mathHandling><practHandling>Door het aanklikken van 'start' begint een nieuwe activiteit. Een leerling kan een deksel op een doosje leggen door het deksel er met de linker muisknop ingedrukt naartoe te slepen. Met de rechter muisknop kan een cijfer op een deksel zonodig worden geroteerd.
De knikkers liggen ongestructureerd in de cijferdoosjes (willekeurig verspreid). Dit maakt het tellen van grotere hoeveelheden knikkers in het doosje moeilijk. Wanneer alle deksels op de juiste doosjes zitten, komen de deksels in volgorde van 1 tot en met 10 kort van het doosje af. De leerlingen kunnen dan zien hoeveel knikkers erin zitten. Ook draaien in deze animatie de cijfersymbolen die op de deksels staan in de goede richting.

</practHandling><leerlijnInfo>Leerlingen verbinden cijfersymbolen met hoeveelheden via tellen. </leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>01013</nummer></textbooks><creationDate>20041020</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>2</leerlijnID><leerlijn>3: Rekenen tot 20</leerlijn><nr>14</nr><title>Cijferdoosjes: houd 'm in balans!</title><task>Maak de andere kant even zwaar en klik.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"
	code="fi/cijferdoosjes4/CijferDoosjes.class" 
	archive="jars/cijferdoosjes4.jar"
	height="450" width="780">		
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Splitsen</b>
<p>
Leerlingen zoeken naar een samenstelling van twee doosjes die hetzelfde aantal knikkers oplevert als het doosje knikkers dat op de andere zijde van de balans staat. Met andere woorden, in deze activiteit oefenen de leerlingen de splitsingen van getallen onder tien, uitgezonderd de dubbelen zoals '6 is 3 en 3' en '10 is 5 en 5'. Er zijn namelijk nooit twee doosjes met hetzelfde getal beschikbaar om op de balans te zetten.
</p>
Voor het werken met deze activiteit is het van belang dat leerlingen weten dat de zijden van de balans even zwaar zijn als aan elke kant even veel knikkers liggen. Het gegeven dat in een reële situatie ook het doosje gewicht heeft - en de kant met twee doosjes daardoor zwaarder zal zijn - is met het oog op de transparantie van de activiteit verwaarloosd. De nadruk ligt op het gewicht van de knikkers. Zeg indien nodig tegen de kinderen dat de doosjes bijna geen gewicht hebben.<br />
<p>
<i>Didactische aanwijzingen</i>
</p>
Getallen kunnen op verschillende manieren worden gestructureerd (lees: gesplitst of samengesteld). Neem bijvoorbeeld het getal 8. Dat kun je splitsen in 7 en 1, in 6 en 2, in 5 en 3, maar ook in 4 en 4. Dit laatste paar met dubbelen wordt in deze activiteit niet geoefend, omdat geen twee doosjes met hetzelfde getal beschikbaar zijn.<br />
Er bestaat de mogelijkheid het deksel op te tillen en de hoeveelheid knikkers in vijfstructuur te bekijken. Dit betekent dat leerlingen tellend tot een oplossing kunnen komen. Zij zijn vanwege het feit dat maar één deksel tegelijk kan worden opgelicht wel genoodzaakt vanaf de eerst vastgestelde hoeveelheid door te tellen.<br />
In sommige situaties heeft een leerling keuze uit meerdere samenstellingen. Dan kan voor die splitsing worden gekozen waarmee het kind het meest vertrouwd is.</mathHandling><practHandling>De activiteit begint met een druk op de startknop. Op de balans verschijnt dan een doosje. De doosjes die samen evenveel knikkers bevatten als het doosje dat al op de balans staat, kunnen één voor één naar de balans worden gebracht door met de cursor in het zwarte deel van het doosje te gaan staan en met de linker muisknop ingedrukt te slepen. Voor kinderen die het deksel even willen oplichten om te zien hoeveel knikkers erin zitten, geldt dat zij de linker muisknop ingedrukt moeten houden en zo het deksel kunnen optillen. De hoeveelheid knikkers wordt in de vijfstructuur afgebeeld.
Met de vraagtekenknop geeft de leerling aan klaar te zijn voor het ontgrendelen van de balans. Een goed resultaat levert een grote smile op.
Wanneer te veel of te weinig knikkers aan de andere kant zijn gelegd, krijgt het kind direct feedback in de vorm van een treurig gezicht en slaat de balans door naar de zwaarste kant.
De leerling krijgt altijd gelegenheid om een fout te herstellen, net zolang tot de goede oplossing is gevonden. Bij een goede oplossing verdwijnt het treurige gezicht en komt er een smile voor in de plaats.
In één activiteit kunnen leerlingen tien keer proberen de balans gelijk te krijgen. In de linker balk wordt de score bijgehouden. Als er tien smiles zijn verdiend gaan de cijfers knipperen en krijgt de leerling een verdiend applausje.
</practHandling><leerlijnInfo>Met deze activiteit ontwikkelen leerlingen inzicht in de splitsingen van getallen onder de tien.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>01018</nummer></textbooks><creationDate>20041020</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>2</leerlijnID><leerlijn>3: Rekenen tot 20</leerlijn><nr>16</nr><title>Drie op een rij: optellen</title><task>Maak optelsommen, drie op een rij, recht of schuin</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><APPLET
codebase="/javaclasses/"
code="fi/anyonrow/AnyOnRow.class"
archive="jars/anyonrow.jar"
width="600" height="400">
<PARAM NAME="language" VALUE="nl" />
<PARAM NAME="boardsize" VALUE="5" />
<PARAM NAME="rowsize" VALUE="3" />
<PARAM NAME="choices" VALUE="+" />
</APPLET></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Drie op een rij biedt de mogelijkheid om te oefenen in het vlot herkennen van uitkomsten van optel- en aftreksommen bij het rekenen tot 20. Zo wordt bovendien het herkennen van samenstellingen van getallen verdeer ontwikkeld en geoefend. De optel- en aftreksommen die onder Drie op een rij vallen zijn geschikt voor het oefenen in het optellen en aftrekken tot 10.<br />
Door het spel kunnen ze ook een beeld opbouwen van het speelveld.  Waar zitten de grote getallen, waar de kleine getallen, en waar de sommen met hetzelfde antwoord?</mathHandling><practHandling>Bovenaan komt steeds een getal te staan. Klik op een som die bij dat getal past. Je moet proberen om zo snel mogelijk drie sommen op een rij te krijgen.
<br />
<br />
Via de vakjes bovenaan kun je een ander spel kiezen, bijvoorbeeld met aftreksommen of keersommen.



</practHandling><leerlijnInfo>Met Drie op een rij oefenen leerlingen in het vlot herkennen van uitkomsten van optel- en aftreksommen bij het rekenen tot 20.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03129</nummer></textbooks><creationDate>20041026</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>11</nr><title>Flitsbeelden</title><task>Start. Druk op de knop met het juiste getal!</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"  code="fi/flitsbeeld/FB2Applet.class" width="580" height="400">
<param name="language" value="nl" />
<param name="bgcolor" value="#ffffcc" />
<param name="beeldlijst" value="bnjjnnn" />
</applet>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen van gestructureerde hoeveelheden</b>
<p>
Leerlingen oefenen in het leren herkennen van hoeveelheden in enkele typische structuren en samenstellingen. Het gaat om vingerbeelden tot 10 en rekenrekbeelden in twee niveaus: t/m 10 en t/m 20.<br />
Bij de opgaven van
<span class="naam">Flitsbeelden</span>
moeten kinderen optellen, want dat er vijf vingers op de ene hand staan en vier op de andere, dat zien ze in één oogopslag, maar tijd om gewoon te tellen krijgen ze niet. Hetzelfde geldt voor de andere situaties. Kinderen krijgen 10 opgaven die ze binnen een zelf in te stellen tijd moeten maken.
<br />
Bij het rekenen tot 20 spelen de getallen 5 en 10 een belangrijke rol. Vandaar dat eierdozen, rekenrek en vingerbeelden veel gebruikt worden in het onderwijs.
</p></mathHandling><practHandling>In deze versie kan de totale tijd voor een serie getalbeelden vooraf worden ingesteld. Zodra je een getalbeeld ziet, kan de corresponderende getalknop worden ingedrukt. Als het antwoord goed is, wordt een nieuw beeld gegeven.<br/>
Een serie bestaat uit tien beelden. Elk goed antwoord wordt in de nevenstaande verticale balk aangegeven met een ingekleurd vakje. Een groen vakje betekent dat een antwoord in één keer goed was gegeven, een oranje vakje dat het na herhaling goed was.</practHandling><leerlijnInfo>Leerlingen leren hoeveelheden herkennen in enkele bekende contexten. Het gaat hier om vingerbeelden en rekenrekbeelden.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>00203</nummer></textbooks><creationDate>20041026</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>12</nr><title>Flitsbeelden: flitsend</title><task>Start. Druk op de knop met het juiste getal!</task><content><nodeType>overig</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"  code="fi/flitsbeeld/FB1Applet.class" width="580" height="400">
<param name="language" value="nl" />
<param name="bgcolor" value="#ffffcc" />
<param name="beeldlijst" value="bjjjjnn" />
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Getalbeelden</b>
<p>
Bij de opgaven van
<span class="naam">Flitsbeelden</span>
moeten kinderen optellen, want dat er vijf vingers op de ene hand staan en vier op de andere, dat zien ze in één oogopslag, maar tijd om gewoon te tellen krijgen ze niet. Hetzelfde geldt voor de andere situaties. Kinderen kunnen ook kiezen voor  de variant waarbij ze 10 opgaven binnen een gegeven tijd moeten maken.
<br/>
Bij het rekenen tot 20 spelen de getallen 5 en 10 een belangrijke rol. Vandaar dat in het onderwijs veel gebruik wordt gemaakt van dobbelstenen, eierdozen, rekenrek en vingerbeelden.
</p></mathHandling><practHandling>In deze versie kan de 'flitstijd' (de tijd dat een getalvoorstelling in beeld is) vooraf worden ingesteld. Zodra een getalvoorstelling in beeld is of is geweest, kan de leerling antwoord geven door op de corresponderende getalknop te drukken. Als het antwoord goed is, wordt een nieuw flitsbeeld gegeven. Wanneer een leerling nog niet zeker is, kan op de herhaaltoets worden gedrukt en verschijnt het getalbeeld nog eens in beeld.
Een serie bestaat uit tien beelden. Elk goed antwoord wordt in de nevenstaande verticale balk aangegeven met een ingekleurd vakje. Een groen vakje betekent dat een antwoord in één keer goed was gegeven, een oranje vakje dat het na herhaling goed was, een rood vakje dat het antwoord fout was en een donkerrood vakje als het ook na herhaling fout was.</practHandling><leerlijnInfo>Bij het herkennen van hoeveelheden in bekende contexten (dobbelstenen, eierdozen, ...) ligt steeds meer de nadruk op de 5- en 10-structuur van getallen.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>00203</nummer></textbooks><creationDate>20041026</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>4</nr><title>Tellied</title><task>Luister naar het lied.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><object
	classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000"
	codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=7,0,0,0"
	width="550" height="400" id="tellied" align="middle">
		<param name="allowScriptAccess" value="sameDomain" />
		<param name="movie" value="/toepassingen/03134/tellied.swf" />
		<param name="quality" value="high" />
		<param name="bgcolor" value="#FFFFCC" />
	<embed
		src="/toepassingen/03134/tellied.swf" quality="high" bgcolor="#FFFFCC"
		width="550" height="400" name="tellied" align="middle" allowScriptAccess="sameDomain"
		type="application/x-shockwave-flash"
		pluginspage="http://www.macromedia.com/go/getflashplayer" />
</object></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Luister samen naar het liedje en bekijk daarna de illustratie op pagina 2 en 3 van het speelrekenboek. Er zijn nog veel meer voorwerpen om te tellen. Draai de instrumentale versie van het liedje en bespreek vooraf met de kinderen welke dingen ze gaan tellen. Enkele voorbeelden: knuffels op de tafel, goudvissen in de kom, boeken in de kast, plantjes, tekeningen aan de muur, blokken in de toren, kinderen met een rode trui.</mathHandling><practHandling>Klik op start. Met stop wordt de muziek gestopt. De volledige tekst van het liedje kan opgeroepen worden in een apart pdf-document.</practHandling><leerlijnInfo>Luister samen naar het liedje. De kinderen zullen het refrein al snel mee kunnen zingen en mee gaan doen met de telactiviteiten. Stimuleer dit.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03134</nummer></textbooks><creationDate>20041027</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>2</leerlijnID><leerlijn>3: Rekenen tot 20</leerlijn><nr>18</nr><title>Flitsbeelden: Munten</title><task>Start. Druk op de knop met het juiste getal!</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"  code="fi/flitsbeeld/FB1Applet.class" width="580" height="400">
<param name="language" value="nl" />
<param name="bgcolor" value="#ffffcc" />
<param name="beeldlijst" value="nnnnnbn" />
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Bij de opgaven van
<span class="naam">Flitsbeelden: Munten</span>
moeten kinderen de munten die korte tijd in beeld komen bij elkaar optellen.
<br/>
Bij het rekenen tot 20 spelen de getallen 1, 5 en 10 een belangrijke rol. Vandaar dat de munten in deze activiteit alleen die waarden hebben. Eigenlijk is dit niet realistisch. U kunt natuurlijk het spel ook met echte munten spelen.
</mathHandling><practHandling>In deze versie kan de 'flitstijd' (de tijd dat de munten in beeld zijn) vooraf worden ingesteld. Zodra de munten in beeld zijn of zijn geweest, kan de leerling antwoord geven door op de corresponderende getalknop te drukken. Als het antwoord goed is, wordt een nieuw flitsbeeld gegeven. Wanneer een leerling nog niet zeker is, kan op de herhaaltoets worden gedrukt en verschijnen de  munten nog eens in beeld.
Een serie bestaat uit tien beelden. Elk goed antwoord wordt in de nevenstaande verticale balk aangegeven met een ingekleurd vakje. Een groen vakje betekent dat een antwoord in één keer goed was gegeven, een oranje vakje dat het na herhaling goed was, een rood vakje dat het antwoord fout was en een donkerrood vakje als het ook na herhaling fout was.</practHandling><leerlijnInfo>Deze activiteit vormt een eerste kennismaking met geldrekenen. Bij het rekenen tot 20 spelen de getallen 1, 5 en 10 een belangrijke rol, vandaar dat de munten in deze activiteit alleen die waarden hebben. </leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>00203</nummer></textbooks><creationDate>20041027</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>7</nr><title>Appelboom</title><task>Hoeveel appels vallen uit de boom? Met het mandje kun je gevallen appels in de zakken stoppen. Maar let op, er vallen nog meer appels uit de boom. Weet je nu ook hoeveel appels er zijn?</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet
	codebase="/javaclasses/"
	code="fi/appelboom_ws/Appelboom_WS.class" 
	height="500" 
	width="620"
	archive="jars/appelboom_ws.jar">
	<param name="bgcolor" value="#FFFFCC" />
</applet>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen van ongestructureerde hoeveelheden</b>
<p>
Leerlingen gebruiken cijfersymbolen bij het tellen van steeds grotere hoeveelheden. Deze activiteit is bedoeld om leerlingen te stimuleren bij het gebruiken van groepjes van 5 voor het tellen van alle appels die van de boom gevallen zijn. Bij het bepalen van de hoeveelheid appels kan namelijk gebruik worden gemaakt van het structureren met de zakken. Het is de bedoeling dat kinderen ontdekken dat het handig is om in iedere zak vijf appels te doen. Daarmee wordt de vijf-structuur een middel om alle appels te tellen.
</p>
</mathHandling><practHandling>Door het aanklikken van 'start' begint een nieuwe activiteit. Er vallen appels uit de boom op de grond. De leerling kan met behulp van het mandje maximaal vijf appels verslepen naar de zakken links in het beeldscherm. Hiertoe moet de linkermuisknop ingedrukt worden gehouden. Ook kunnen de appels één voor één naar de zakken worden gesleept, zonder gebruik te maken van het mandje. <br />

Echter, wanneer meer dan vijf appels in een zak worden gestopt, zijn de appels niet meer volledig zichtbaar. Er passen maximaal dertien appels in een zak. De leerling kan hier dus zelf bepalen wat hij of zij handig vindt bij het vullen de zakjes. Overigens hoeft de leerling niet perse gebruik te maken van de zakken als de hoeveelheid appels ook zo te zien is.<br />

Wanneer rechtsboven in beeld de vraag is beantwoord: 'Hoeveel appels heb je nu?' verschijnt goed of fout in beeld. Bij een fout antwoord krijgt de leerling een nieuwe kans. Bij een goed antwoord vallen er opnieuw appels uit de boom. Deze appels worden bij het vorige aantal opgeteld. Nu is het gebruik van het mandje en de zakjes zeker aan te bevelen. Opnieuw vult de leerling het antwoord rechtsboven in. Ook hier geldt weer dat bij een fout antwoord de leerling een nieuwe kans krijgt, bij een goed antwoord vallen er opnieuw appels uit de boom. De leerling bepaalt voor de laatste keer de totaalhoeveelheid. Het kan zijn dat deze hoeveelheid zo groot is dat niet alle appels in de zakjes passen. De overgebleven appels zullen dus apart bij de appels in de zakjes moeten worden opgeteld. De leerlingen zijn vrij in de manier waarop zij dit aanpakken: Eén voor één tellen of zelf structuur aanbrengen. Wanneer het antwoord op de vraag hoeveel appels er zijn goed is beantwoord, verschijnt als beloning een grote appel in beeld.

</practHandling><leerlijnInfo>Leerlingen gebruiken cijfersymbolen bij het tellen van steeds grotere hoeveelheden. Deze activiteit stimuleert leerlingen om hoeveelheden te ordenen in groepjes van 5. </leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>01010</nummer></textbooks><creationDate>20041102</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>13</nr><title>Leerlijn 2: Rekenen tot 20</title><task></task><content><nodeType>overig</nodeType><ol>
<li>
Splitsen (Cijferdoosjes4 en Rekenrek, maar ook iets tussen 10 en 20)
</li>
<li>
Pijlentaal (de Bus, Drie op een rij, Oefenen)
</li>
<li>
Geldrekenen (Flitsbeelden-munten, Klant en Winkelier)
</li>
</ol>
</content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><p>
Het rekenen tot 20 richt zich op de overgang van tellend rekenen naar het gebruik van getalstructuren en op de ontwikkeling van de bijbehorende rekentaal.<br />
Voor het leren gebruiken van getalstructuren bij het rekenen kan goed gebruik worden gemaakt van het rekenrek. Leerlingen manipuleren dan eerst met de kralenvoor 6 erbij 7 kan men eerst beide getallen opzetten. Het rekenrek richt vervolgens de leerling op het gebruik van de vijfstructuur (5+5+1+2) of op het gebruik van dubbelen (6+6+1) (zie de activiteit <b>Splitsen</b>). Het is de bedoeling dat kinderen steeds minder manipuleren met kralen en steeds meer proberen in gedachten met de getallen opereren. Ten slotte is het rekenrek helemaal uit het zicht. Ze rekenen dan met behulp van getalrelaties.<br />
In dit proces van loskomen van het rekenrek speelt het verwoorden van de (gedachte) rekenhandelingen een essentiële rol. Door te vertellen wat je doet, ziet of denkt, reflecteer je op je (mentale) handelen en stijg je uit boven de concrete uitvoering ervan.<br />
Naast het gebruik van getalstructuren wordt de geschreven rekentaal ontwikkeld. In contextsituaties (zoals in de activiteit <b>Pijlentaal</b>) komt in eerste instantie een pijlentaal voor de operaties naar voren. Uit deze pijlentaal wordt de sommentaal ontwikkeld en verplaatst de schrijfwijze zich steeds meer naar het formele rekenen. <br />
De leerlijn wordt afgesloten met een activiteit rond geldrekenen.
</p>
<p>
(Zie Tal tussendoel 6)</p></mathHandling><practHandling></practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041113</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>19</nr><title>Leerlijn 3: Verder tellen ...</title><task>Leg de gele fiches op de juiste plek. Als de plek
goed is wordt het fiche groen.</task><content><nodeType>overig</nodeType><p>
<OBJECT classid="clsid:D27CDB6E-AE6D-11cf-96B8-444553540000"
codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=5,0,0,0"
WIDTH="550" HEIGHT="400">
<PARAM NAME="movie" VALUE="/toepassingen/03094/rondjes.swf?language=nl" />
<PARAM NAME="quality" VALUE="high" />
<PARAM NAME="bgcolor" VALUE="#FFFFCC" />
<EMBED src="/toepassingen/03094/rondjes.swf?language=nl"
quality="high" bgcolor="#FFFFCC" 
WIDTH="550" HEIGHT="400" TYPE="application/x-shockwave-flash"
PLUGINSPAGE="http://www.macromedia.com/shockwave/download/index.cgi?P1_Prod_Version=ShockwaveFlash">
</EMBED>
</OBJECT>
</p></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>In groep 3 kan natuurlijk al kennis worden gemaakt met het tellen voorbij twintig. Veel kinderen zijn hier vanzelf al mee bezig ("tot waar kun jij tellen?").<br />
Met de activiteit Rups moeten getallen voorbij twintig op de juiste plek worden gezet. Dit is hier het begin van de getalverkenning tot 100. De volledige leerlijn <i>Getalverkenning tot 100</i> is te vinden bij groep 4.<br/>
De <b>Rups</b> is bedoeld als eerste voorbereiding op de getallenlijn. De getallenrij is geordend in stukken van vijf. Doordat enkele steunpunten zijn gegeven, kun je beredeneren wat de juiste plaats is van de fiches. U kunt ook een plek aanwijzen en vragen: Welk getal zit daar?<br/>
Een andere oefening voor het structureren van de telrij is het spel <i>Raad mijn getal</i>. In dit spel proberen kinderen een onbekend getal te achterhalen door vragen te stellen als: "Is het meer (of minder) dan ...". Tijdens dit spel komt het vergelijken en ordenen van getallen en het gebruik van tientallen en eenheden naar voren. Laat de kinderen ook zelf een getal in gedachten nemen.<br/>
Wanneer op de zoekmachine Google wordt gezocht naar 'raad mijn getal', dan levert dit een aantal vergelijkbare computerspelletjes op.</mathHandling><practHandling>Pak, met de muis ingedrukt, een geel rondje en sleep het naar de goede plek op de rups. Laat daar de muis los. Als je het goed hebt gedaan, dan wordt het rondje groen. Zo niet, dan blijft het rondje geel. Zijn de rondjes op? Dan krijg je zes nieuwe getallen. Na vier keer kruipt de rups weg!</practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041113</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>20</nr><title>Leerlijn 4: Meetkunde</title><task></task><content><nodeType>overig</nodeType></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Er zijn tal van meetkundige activiteiten met concrete materialen voor kinderen in groep 3. Bij deze activiteiten verkennen leerlingen de materialen, basisvormen en hun eigenschappen zoals symmetrieen en spiegelingen. Hierbij ontwikkelen ze met elkaar een taal en bijbehorende meetkundige begrippen (voorkant, lijn, hoek, hoog, recht, ...) om over ruimtelijke situaties en figuren te praten en te redeneren.<br />
Voorbeelden van activiteiten zijn: spelen met blokken, papieren vliegtuigjes vouwen, <a href="http://www.fi.uu.nl/~michiel/fakkel/kistje.html" target="_new">het geheime kistje</a>. Ook zijn er computeractiviteiten voor deze kinderen.<br />
We presenteren hier alleen de activiteit <b>Doolhof</b>, maar zie bijvoorbeeld ook <i>Spiegel</i> en <i>Bouwen met blokken</i> in de meetkunde-leerlijn van groep 4. </mathHandling><practHandling></practHandling><leerlijnInfo></leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer></nummer></textbooks><creationDate>20041113</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>8</nr><title>Springen langs de waslijn tot 20</title><task>Vul de ontbrekende getallen in. Je kunt beginnen met het invullen van de getallen naast het gegeven getal. Wat gebeurt er als alle getallen zijn ingevuld?</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><p>
<OBJECT height="550" width="600" classid="clsid:D27CDB6E-AE6D-11cf-96B8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=5,0,0,0">
<PARAM name="movie" value="/toepassingen/03132/waslijn20.swf" />
<PARAM name="quality" value="high" />
<PARAM name="bgcolor" value="#FFFFCC" />
<EMBED height="550" pluginspage="http://www.macromedia.com/shockwave/download/index.cgi?P1_Prod_Version=ShockwaveFlash" type="application/x-shockwave-flash" width="600" bgcolor="#FFFFCC" quality="high" src="/toepassingen/03132/waslijn20.swf">
</EMBED>
</OBJECT>
</p></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen op de getallenlijn</b>
<p>
Leerlingen oefenen de telrij tot 20 door heen en terug te tellen vanaf een gegeven getal.
</p></mathHandling><practHandling>Door te klikken op één van de vakjes naast het gegeven getal kan de telrij verder worden ingevuld. Als beide telrijen zijn ingevuld, vliegen de kledingstukken aan de waslijn weg en verschijnt een grote vlinder. Ook krijgt de leerling feedback over het verrichte werk. </practHandling><leerlijnInfo>Leerlingen oefenen de telrij tot 20 door heen en terug te tellen vanaf een gegeven getal.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03121</nummer></textbooks><creationDate>20041215</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>9</nr><title>Cijferdoosjes: tel handig</title><task>Hoeveel knikkers liggen er in het doosje? Leg het goede deksel erop. Leg eerst de knikkers op een rijtje, dan kun je ze beter tellen.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet codebase="/javaclasses/"
	code="fi/cijferdoosjes1/CijferDoosjes.class" 
	archive="jars/cijferdoosjes1.jar"
	height="450" width="780">		
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen van gestructureerde hoeveelheden</b>
<p>
Dit is een variant van een eerdere taak met cijferdoosjes. Nu heb je de mogelijkheid om de knikkers in rijtjes van vijf te leggen. Leerlingen oefenen zo in het koppelen van een cijfersymbool aan een gestructureerde hoeveelheid.</p>
<p>
Een deksel kan op elk doosje worden gelegd, ook als het cijfersymbool en de hoeveelheid knikkers niet corresponderen. Aan het einde van de activiteit kun je dus een doosje met een verkeerd deksel overhouden. Je kunt de deksels dan nog even optillen om te controleren of voor het juiste cijfer is gekozen.
</p></mathHandling><practHandling>Door het aanklikken van 'start' begint een nieuwe activiteit. Een leerling kan een deksel op een doosje leggen door het deksel er met de linker muisknop ingedrukt naartoe te slepen. Met de rechter muisknop kan een cijfer op een deksel zonodig worden geroteerd.
De knikkers liggen ongestructureerd in de cijferdoosjes (willekeurig verspreid), maar met het knopje links kun je ze structureren. Dat maakt het tellen van grotere hoeveelheden knikkers in het doosje makkelijker. Wanneer alle deksels op de juiste doosjes zitten, komen de deksels in volgorde van 1 tot en met 10 kort van het doosje af. De leerlingen kunnen dan zien hoeveel knikkers erin zitten. Ook draaien in deze animatie de cijfersymbolen die op de deksels staan in de goede richting.

</practHandling><leerlijnInfo>Dit is een variant van een eerdere taak met cijferdoosjes. Nu heb je de mogelijkheid om de knikkers in rijtjes van vijf te leggen. Leerlingen oefenen het koppelen van een cijfersymbool aan een gestructureerde hoeveelheid.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>01013</nummer></textbooks><creationDate>20041217</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>10</nr><title>Rekenrek</title><task>Schuif het aantal kralen naar links dat hoort bij het gegeven getal.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet
	codebase="/javaclasses/"
	code="fi/telraam/Telraam.class"
	width="500" height="400">
	<param name="bgcolor" value="#FFFFCC" />
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Tellen van gestructureerde hoeveelheden</b>
<p>Met het rekenrek kan bij het opzetten van een hoeveelheid handig gebruik worden gemaakt van de vijfstructuur die met de rode en witte kralen is gegeven. De kinderen worden gestimuleerd om dit te gebruiken bij het opzetten van de aantallen kralen. De kralen hoeven dus niet één voor één geteld te worden, maar kunnen in één oogopslag herkend worden. Bijvoorbeeld vijf rode en twee witte kralen is samen zeven kralen.</p></mathHandling><practHandling>Klikken op een rechterkraal: de kraal (met haar linkerburen) schuift naar links.<br />
Klikken op een linkerkraal: de kraal (met haar rechterburen) schuift naar rechts.<br />
Het doel is om gegeven getallen te maken door kralen naar links te schuiven. Klik op [Start] om te beginnen.<br />
Op het scherm staat een opdracht, bijvoorbeeld 'maak 8'. Dit doe je door de benodigde kralen naar links te schuiven. Als je dit hebt gedaan, klik je op [kijk na]. Heb je het goede antwoord gegeven, dan wordt het bolletjes linksonder groen. Zoniet, dan wordt het bolletje rood. Probeer je het nog eens en heb je het dan wel goed, dan wordt het bolletje oranje. Ga dan naar de volgende opgave door het volgende bolletje aan te klikken.</practHandling><leerlijnInfo>Met het rekenrek kan handig gebruik worden gemaakt van de 5-structuur die met de rode en witte kralen is gegeven. Zo wordt gestimuleerd om deze structuur te gebruiken bij het opzetten van getallen. </leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03140</nummer></textbooks><creationDate>20041217</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID></leerlijnID><leerlijn></leerlijn><nr>21</nr><title>Doolhof</title><task>Koning Ti heeft een doolhof laten bouwen. Kun jij de weg maken?</task><content><nodeType>overig</nodeType><a onclick="NewWindow(this.href,'name2','770','570','yes');return false;" href="http://www.fi.uu.nl/toepassingen/03013/toepassing_rekenweb.xml?style=rekenweb&amp;language=nl&amp;use=game"><img border="0" height="60" width="60" src="http://www.fi.uu.nl/toepassingen/03013/images/welcome.gif"/><br/>Doolhof</a></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Bij alle opgaven moeten leerlingen een weg zoeken door het doolhof, van linksboven naar rechtsonder. 
Vaak zal dat zoeken een kwestie van rommelen en proberen zijn. Dat is waarschijnlijk ook waarom dergelijke doolhoven kinderen zo aanspreken: ze kunnen doorgaan met tegels draaien totdat ze de oplossing gevonden hebben. De vragen bij de doolhoven zetten de kinderen echter, hopen we, ook aan tot redeneren. Als bijvoorbeeld gevraagd wordt naar de langste weg, dan kunnen ze kijken of een weg die ze al gevonden hebben langer kunnen maken. </mathHandling><practHandling>Als je klikt op een tegel draait die tegel een kwart slag. 
De weg door het doolhof loopt altijd van de tegel bovenaan links naar de tegel onderaan rechts. </practHandling><leerlijnInfo>Dit spel stimuleert leerlingen bij het redeneren over het vinden van een weg in een doolhof.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03135</nummer></textbooks><creationDate>20041217</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>2</leerlijnID><leerlijn>3: Rekenen tot 20</leerlijn><nr>15</nr><title>De bus</title><task>De bus stopt bij een halte. Mensen stappen uit en mensen stappen in. De bus rijdt weg. Hoeveel mensen zitten er in?</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><applet
	code = "fi.bus.Bus.class"
	codebase = "http://www.fi.uu.nl/~bastiaang/javaclasses/"
	width = "750"
	height = "500">
	<param name="bgcolor" value="#E7E3BD" />
</applet></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling><b>Pijlentaal</b>
<p>
Leerlingen maken nader kennis met 'erbij' en 'eraf' en met de tekens + en - . Als introductie op de bussommen kan het busverhaal met de kinderen worden gespeeld: er zitten kinderen in de bus; bij een halte kunnen er kinderen in- of uitstappen. Dit staat ook in de rekenmethodes beschreven.<br />
Wanneer de kinderen aan de slag gaan met de bussommen op de computer is het de bedoeling dat deze eerst worden toegelicht. Bijvoorbeeld +3 bij de bushalte, betekent 'drie erbij' of 'drie instappen' en -2 bij de bushalte betekent 'twee eraf' of 'twee uitstappen'.
</p></mathHandling><practHandling>Door te klikken op één van de bolletjes linksonder komt een opgave in beeld. De leerling vult het antwoord in het hokje in, klikt dan op 'kijk na' en ziet aan de kleur van het bolletje of het goed dan wel fout is.<br />
Er kan worden gewerkt op vier niveaus. Het eerste niveau betreft optelsommen tot 10, bij het tweede niveau gaat het om aftreksommen tot 10, op het derde niveau maken de leerlingen optelsommen tot 20 en op het vierde niveau aftreksommen onder 20.<br />
Noteer het antwoord in het hokje. Klik dan op [kijk na]. Heb je het goede antwoord gegeven, dan wordt het bolletjes linksonder groen. Zoniet, dan wordt het bolletje rood. Probeer je het nog eens en heb je het goed, dan wordt het bolletje alsnog groen. Ga dan naar de volgende opgave door het volgende bolletje aan te klikken.</practHandling><leerlijnInfo>Leerlingen maken nader kennis met 'erbij' en 'eraf' en met de tekens + en - . Deze activiteit ondersteunt het ontwikkelen van een taal en de betekenis van plus- en min-sommen.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03161</nummer></textbooks><creationDate>20041217</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>2</leerlijnID><leerlijn>3: Rekenen tot 20</leerlijn><nr>17</nr><title>Oefenen: Plussommen tot 20</title><task>Geef de antwoorden. In totaal krijg je 15 sommen. Je score zie je aan het eind.</task><content><nodeType>toepassingenDatabase</nodeType><p>
<OBJECT classid="clsid:D27CDB6E-AE6D-11cf-96B8-444553540000"
codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=5,0,0,0"
WIDTH="600" HEIGHT="550">
<PARAM NAME="movie" VALUE="/toepassingen/03120/sommen.swf?typeOefenen=0" />
<PARAM NAME="quality" VALUE="high" />
<PARAM NAME="bgcolor" VALUE="#FFFFCC" />
<EMBED src="/toepassingen/03120/sommen.swf?typeOefenen=0"
quality="high" bgcolor="#FFFFCC" 
WIDTH="600" HEIGHT="550" TYPE="application/x-shockwave-flash"
PLUGINSPAGE="http://www.macromedia.com/shockwave/download/index.cgi?P1_Prod_Version=ShockwaveFlash">
</EMBED>
</OBJECT>
</p></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Het optellen onder de 20 is stof van groep 3. Bij het rekenen onder de 100 wordt dit bekend verondersteld. Met deze oefensommen is te zien in hoeverre het kind die stof beheerst.<br/>
Als dit onvoldoende is, dan is het verstandig om eerst nog eens het rekenen tot 20 door te nemen, voordat je aan deze leerlijn begint. Voor het rekenen tot 20 is het rekenrek een belangrijk ondersteunend model.<br/></mathHandling><practHandling>In totaal krijg je 15 sommen. Je score zie je aan het eind. Nadat je op 'controle' hebt gedrukt, kun je eventuele fouten verbeteren of een volgend rijtje aanvragen.</practHandling><leerlijnInfo>Het optellen onder de 20 is stof van groep 3. Bij het rekenen onder de 100 wordt dit bekend verondersteld. Met deze oefensommen is te zien in hoeverre het kind die stof beheerst.</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03120</nummer></textbooks><creationDate>20041217</creationDate></onderdeel><onderdeel><leerlijnID>1</leerlijnID><leerlijn>3: Tellen en getalbeelden</leerlijn><nr>5</nr><title>Knikkerlied</title><task>Luister naar het lied.</task><content><nodeType>overig</nodeType><object
	classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000"
	codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=7,0,0,0"
	width="550" height="400" id="knikkerlied" align="middle">

		<param name="allowScriptAccess" value="sameDomain" />
		<param name="movie" value="/toepassingen/03139/knikkerlied.swf" />
		<param name="quality" value="high" />
		<param name="bgcolor" value="#FFFFCC" />
	<embed
		src="/toepassingen/03139/knikkerlied.swf" quality="high" bgcolor="#FFFFCC"
		width="550" height="400" name="knikkerlied" align="middle" allowScriptAccess="sameDomain"
		type="application/x-shockwave-flash"
		pluginspage="http://www.macromedia.com/go/getflashplayer" />
</object></content><publicatie>ja</publicatie><mathHandling>Het kunnen splitsen van aantallen en getallen is een belangrijke voorwaarde voor het vlot leren rekenen. In Rekenliedje 6 ('Superwonderbril') staat het splitsen van kleine aantallen centraal. In het 'Knikkerlied' gaat het om het splitsen van 10. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het rekenen over het tiental heen. Kinderen moeten die splitsingen na verloop van tijd ui het hoofd kennen. In dit liedje worden die splitsingen in een voorspelbare volgorde aangereikt: twee personen hebben samen 10 knikkers. De één wint er steeds één bij, de ander verliest er telkens één. Het totaal blijft echter voortdurend tien. Dit liedje ondersteunt het denken in de begripsvormende fase en stimuleert vervolgens het memoriseren van de splitsingen van 10.

</mathHandling><practHandling>Klik op start. Met stop wordt de muziek gestopt. De volledige tekst van het liedje kan opgeroepen worden in een apart pdf-document.</practHandling><leerlijnInfo>Bespreek na het luisteren wat er in het liedje gebeurt. Gebruik hiervoor pagina 38 en 39 van het speelrekenboek. Laat de kinderen vaststellen dat elke keer één knikker van eigenaar wisselt: Robin eentje meer en 'Ikke' eentje minder, maar het totaal blijft tien. Ga na of iedereen dit begrijpt.
</leerlijnInfo><developer></developer><textbooks><nummer>03139</nummer></textbooks><creationDate>20050413</creationDate></onderdeel></document>